Laden

RTL Nieuws

Noor (59) was meerdere keren ontheemd, nu wil hij ouderen een thuisgevoel geven

Marianne Lucieer··Aangepast: 
Hoe belangrijk het is om een thuis te hebben, weet Noor Nezami (59) als geen ander. Na heel veel keer verhuisd te zijn, vluchtte hij in de jaren 90 vanuit Afghanistan naar Nederland. In Limburg heeft hij inmiddels negen kleinschalige verzorgingstehuizen, waar het thuisgevoel en respect voor ouderen voorop staan. "Als iemand graag uitslaapt tot 11 uur, dan moet dat kunnen. Het is hun huis, wij ondersteunen." Maak RTL je Google-favoriet
© Laurens Aaij Noor (59) was meerdere keren ontheemd, nu wil hij ouderen een thuisgevoel geven
Noor Nezami

Met een handdruk en een hartelijk 'goedemiddag' verwelkomt Noor Nezami mij in een karakteristiek gebouw in het Limburgse Voerendaal. Het is de negende zorglocatie die hij in zeven jaar tijd heeft geopend, met als doel te laten zien dat de zorg voor ouderen ook anders kan. Met warmte en een thuisgevoel. "In mijn cultuur zijn ouderen waardevol en hebben we heel veel respect voor hen. Dat miste ik in de Nederlandse zorg."

Koffie met vlaai

Nadat Noor ("Zullen we je zeggen? Dat vind ik prettiger.") de bewoners die hij tegenkomt gedag heeft gezegd ("Hallo meneer De Vries, gaat u weer wandelen?", "Goedemiddag mevrouw Jansen!"), nemen we plaats aan een ronde tafel in de huiskamer, midden tussen de appartementen van de bewoners.

Als de koffie is geschonken en de Limburgse vlaai is geserveerd, beginnen we ons gesprek. Over zijn jeugd, zijn vlucht naar Nederland, en hoe hij hier uiteindelijk zorgbestuurder is geworden. 

© Laurens AaijAfbeelding

"Mijn jeugd in Afghanistan was heel goed", vertelt hij met een glimlach op zijn gezicht. Hij was de tweede in een gezin met acht kinderen. Zijn vader was rechter, wat in het vrije Afghanistan van de jaren 60 en 70 betekende dat hij om de twee jaar ergens anders werd geplaatst. Zo moest corruptie worden voorkomen. 

Met een optimisme dat later kenmerkend voor hem blijkt, zegt hij: "Natuurlijk was het soms moeilijk om vriendjes achter te laten en nieuwe vriendschappen te sluiten. Maar zo zagen wij als kinderen ook heel veel van Afghanistan."

Doden door raketaanvallen 

Toen hij een jonge tiener was, grepen de communisten de macht in Afghanistan. Het was een onveilige periode, waarbij het communistische regime, dat tegen de moedjahedien (de voorganger van de taliban) vocht, militair werd geholpen door de Sovjet-Unie. "Dagelijks vielen er doden door raketaanvallen, ook voor mijn ogen gebeurde dat."

In 1984 vertrok de inmiddels jonge geneeskundestudent naar Rusland, waar hij een studiebeurs had gekregen. "In Afghanistan waren er veel te weinig artsen. Er was bijvoorbeeld één huisarts op 50.000 mensen (ter vergelijking: in Nederland is dat er één op 1500, red.)."

"Mijn plan was om kinderarts te worden en dan terug te komen naar Afghanistan en daar te werken. Eerst ben ik een jaar naar Oezbekistan gegaan, waar ik Russisch leerde, en toen door naar Leningrad, wat nu Sint-Petersburg heet."

De wereld ontdekken

Over de redenen om naar Sint-Petersburg te gaan en niet in Afghanistan te studeren, zegt hij: "Afghanistan was natuurlijk een taboeland, naast het geweld ging het economisch ook niet goed. Naar het buitenland gaan was voor mij een mooie kans om de wereld te ontdekken."

"Daarnaast was Afghanistan een islamitisch land. Er waren weinig uitgaansmogelijkheden. Dus de vrijheid lonkte ook wel. In de Sovjet-Unie was het leven niet heel vrij, maar voor iemand vanuit Afghanistan toch een flinke stap vooruit."

© Laurens AaijAfbeelding

Noor maakte, zoals hij het zelf zegt, 'volop gebruik van zijn jonge periode'. Tot hij twee jaar later een leuke vrouw ontmoette. Ook geneeskundestudent, ook uit Afghanistan. 

"Na drie jaar besloten we te trouwen. Daarvoor gingen we terug naar Afghanistan, zodat onze families erbij konden zijn. Maar net toen we daar waren, grepen de moedjahedien de macht. Mijn vader werd vijand van de staat, omdat hij als rechter had gewerkt onder het communistische regime. En ik ook, doordat ik in het buitenland studeerde, werd ik gezien als heiden."

Teruggaan naar Sint-Petersburg was geen optie. De grenzen waren dicht. Het gezin – zijn ouders, broer met vrouw en kind, hij en zijn vrouw en alle jongere broers en zussen – veilig houden was nog het enige doel. 

Hulp van mensensmokkelaars

"Dat was een traumatische periode. Mijn vader, broer en ik waren continu aan het zoeken naar mogelijkheden om het land te verlaten. Soms hadden we iets gevonden, maar ging een grensovergang dicht of ging het om een andere reden niet door."

Twee jaar duurde die periode, tot ze in 1994 een mogelijkheid vonden om met hulp van mensensmokkelaars weg te komen. "Waar we heen zouden gaan, wisten we niet. West-Europa zou het worden, het land was afhankelijk van wat op dat moment de beste route was voor de smokkelaars. Zo werkte dat." 

"Het was een traumatische periode. Mijn vader, broer en ik waren continu aan het zoeken naar mogelijkheden om het land te verlaten."

Met zeventien mensen – Noor en zijn vrouw hadden een jaar eerder een dochter gekregen – vertrokken ze. Zijn vrouw was op dat moment zwanger van de tweede. Op Noor na lukte het iedereen om weg te komen, hij werd opgepakt. Twee jaar zat hij in een Afghaanse gevangenis. 

"We hadden met elkaar afgesproken dat als we elkaar kwijt zouden raken, we een familie zouden bellen die niet meer in Afghanistan woonde." Dat deed zijn familie zodra ze in Nederland aankwam, in de hoop dat Noor nog leefde en ook weg was gekomen.

Veilig in Nederland

Over de tijd in de gevangenis wil hij het niet hebben. "Dat was een heel moeilijke tijd, maar ik heb het verwerkt", wil hij alleen zeggen. Als hij vrijkomt, vlucht hij zo snel hij kan naar Rusland. Daar, in Moskou, belt hij het twee jaar eerder afgesproken nummer. Daar hoort hij dat zijn familie veilig in Nederland is.

"Dat eerste telefoongesprek met mijn vrouw was natuurlijk heel bijzonder", vertelt hij. "Mobiele telefoons hadden ze nog niet, maar ze mocht de telefoon van Nederlandse kennissen gebruiken. Ik hoorde dat iedereen verder nog bij elkaar was. Ze waren allemaal terechtgekomen in een opvang in Valkenburg. En ik had een tweede dochter van ook alweer ongeveer 1,5 jaar oud." 

© Laurens AaijAfbeelding

Via gezinshereniging kan hij drie tot vier maanden later vanuit Moskou naar Nederland reizen. Dan, op Schiphol, ziet hij zijn vrouw en dochter weer, en ontmoet hij zijn jongste kind. 

Niet zoals in Hello Goodbye

Noor vertelt er vrij nuchter over. Ja, het was heel mooi om ze na ruim twee jaar te zien op Schiphol. Om zijn jongste dochter eindelijk te ontmoeten. "Maar het is niet zo romantisch als je je voorstelt, dat je elkaar huilend in de armen valt zoals bij Hello Goodbye. We hadden natuurlijk allemaal veel meegemaakt, los van elkaar. Ik in Afghanistan en daarna tijdens mijn vlucht naar Rusland." 

"Mijn vrouw had al die tijd alleen moeten zorgen voor de kinderen, in een land dat ze niet kende en waar ze de taal niet sprak, zonder te weten of ik nog leefde. Dan heb je een soort copingmechanisme waardoor je wel in staat bent om door te gaan en blij te zijn, maar je staat ook in de overlevingsstand."

"Mijn vrouw had al die tijd alleen moeten zorgen voor de kinderen, in een land dat ze niet kende en waar ze de taal niet sprak, zonder te weten of ik nog leefde."

'Een grappig verhaal', vindt hij nu, is dat zijn jongste dochter natuurlijk geen idee had van wie hij was. Foto's waren achtergebleven in Afghanistan en zijn inmiddels bij een aanslag vernietigd. 

"Elke keer als er een vliegtuig over was gevlogen, had mijn vrouw ernaar gewezen en gezegd dat ik op die manier naar Nederland zou komen. Dus als ik met haar rondliep en er een vliegtuig overvloog, dan wees zij en zei ze 'papa, papa!'. 'Nee, papa is hier', moest ik dan zeggen. Ja, het was ook wel heel moeilijk en pijnlijk. Voor mijn dochter, en voor mij."

'Een uitzichtloze situatie', noemt hij ook zijn aankomst in Nederland. "Toen ik naar Sint-Petersburg verhuisde, had ik een duidelijk doel: studeren. Hier moest ik er iets van maken, zonder te weten hoe."

"Ik was opgevoed met het idee dat je iets moest betekenen voor de maatschappij. Ik voelde me hier gelijk welkom, met mensen die mijn familie en later mij hadden geholpen en vriendelijk waren. Dus ik wilde ook al snel iets terugdoen. Na drie maanden stond ik bij de boer fruit te plukken, samen met mijn broer."

"Ik was 30, dus vond ik dat ik zo snel mogelijk voor mijn gezin en mezelf moest kunnen zorgen. In die jaren heb ik heel veel verschillende baantjes gehad, in de horeca, als chauffeur... En in de tussentijd volgde ik een intensieve cursus Nederlands. Mijn vrouw was in de kinderopvang gaan werken en studeerde sociaal pedagogisch werk."

Een goed bestaan

Twee, drie jaar duurde het, schat hij, voordat ze 'een goed bestaan' hadden. En toen was er ruimte voor de vraag: wat wil ik met de rest van mijn leven? "Mijn opleiding in Rusland was hier niets waard. Ik had vijf jaar gestudeerd, een jaar te weinig om een diploma te hebben, en de vakken die ik had gevolgd werden hier niet erkend. Nog een keer aan de studie beginnen, was geen optie. Ik wist niet hoe ik dat moest combineren met werk en de zorg voor mijn gezin."

© Laurens Aaij"In de thuiszorg was ik vaak de enige buitenlander en moslim die ze ooit hadden ontmoet, maar ze lieten me toe en hen helpen."
"In de thuiszorg was ik vaak de enige buitenlander en moslim die ze ooit hadden ontmoet, maar ze lieten me toe en hen helpen."

Dus ging hij verpleegkunde doen: een BBL-opleiding op het mbo, waar hij tegelijkertijd kon werken en studeren. In de thuiszorg werkte hij. "Dat was heel goed voor me. De cliënten omarmden mij heel snel. Misschien komt dat doordat ik vanuit mijn achtergrond altijd veel respect heb gehad voor ouderen. Maar ik denk ook dat ze zagen dat ik door mijn geneeskundeopleiding meer kennis had dan andere verpleegkundigen."

"Ik vond het ook heel indrukwekkend om zo toegelaten te worden in iemands domein, op heel intieme plekken. Je komt in de slaapkamer, in de badkamer, aan iemands lichaam. Dat is iets waar iedere zorgverlener zich bewust van moet zijn, vind ik. Ik was dat in elk geval wel, terwijl ik de taal niet heel goed sprak en vaak de enige buitenlander en moslim was die ze ooit hadden ontmoet, lieten ze me daar toe en hen helpen."

Respect voor ouderen 

Vanuit dat werk ontstond een idee: het opzetten van verpleeghuizen waar het respect voor ouderen en eigen regie centraal staan. 2012 was het toen. "Ik zag dat er voldoende expertise is op het gebied van ouderenzorg, en genoeg middelen. Er wordt heel veel ingezet puur op de zorg. Maar een aantal waarden die ik vanuit mijn achtergrond heb meegekregen, zoals respect, volwaardigheid en gelijkwaardigheid, miste ik."

"Ik ben daar over gaan praten, onder anderen met cliënten, en kreeg steeds de bevestiging dat hier interesse in was. Met mijn korte businessplan ben ik daarna héél veel koffie gaan drinken bij banken en investeerders. Maar een financiering kreeg ik niet. Ik was een verpleegkundige en had natuurlijk nog niet bewezen dat ik in staat was om zo'n grote organisatie op te zetten." 

Maar Noor gaf niet op, en in 2017 trof hij een investeerder die wel heil zag in zijn plan. "Toen ging het snel, in 2019 openden we onze eerste locatie in Heerlen, nu hebben we er negen en komen er nog een paar aan."

De eerste locatie van Nobama Care ("Nee, dat heeft niets te maken met Obama. Het zijn simpelweg de eerste letters van mijn naam, die van mijn broer die mij hielp, Bashir, en die van de eerste investeerder, Maurice.") was ook voor Noor flink aanpoten. 

Nachtdiensten draaien

Wekenlang draaide hij zelf de nachtdiensten, en de eerste zes maanden werd hij ingeroosterd waar tekorten waren. In de verzorging, de verpleging. "Ik sliep daar, en ging alleen naar huis om te douchen. Mijn vrouw kwam 's avonds eten brengen." 

© Laurens AaijAfbeelding

Het verschil met andere verpleeghuizen? Dat zit er vooral in dat hij minder bezig is met zorg, en meer met het thuisgevoel, zegt hij. "Ik zeg ook tegen nieuw personeel: zorg kost je ongeveer een uur per dag, verder wil ik dat je koffie drinkt met bewoners en kijkt waar zij behoefte aan hebben. Dat is vaak even wennen, ze komen uit een omgeving met strakke schema's, veel papierwerk. Daar doen wij niet aan." 

"Ik vind niet dat je voor ouderen mag bepalen hoe zij hun leven leiden. Waarom moet je om 7 uur 's morgens met een hard 'goedemorgen' de deur opengooien, en dan de gordijnen openslaan? Wij vragen mensen hoe ze gewekt willen worden, en wanneer. Als iemand graag uitslaapt tot 11 uur, dan moet dat kunnen. Het is hun huis, wij ondersteunen. Daarom bellen we ook altijd aan bij een appartement voordat we naar binnen lopen."

Geen formulier voor een schroevendraaier 

We hebben ook geen managementlagen of onnodige bureaucratie. Er zijn coaches, die werken gewoon mee. Iedereen is gelijk. Nog niet zo lang geleden had een collega een schroevendraaier nodig, om een bordje op te hangen. Dus ik liep naar de gereedschapskist en kwam terug met die schroevendraaier. Ze was helemaal verbaasd: op haar vorige werk had ze een formulier moeten invullen, dat had goedgekeurd moeten worden door de facilitaire dienst, en pas dan kreeg ze de schroevendraaier. Zonde van de tijd."

Hoe de verdere zorg eruitziet, wordt al snel in het gesprek duidelijk, als hij tegen de communicatieadviseur die erbij zit, zegt. 'Die mevrouw is angstig, ze is wat kwijt.' De communicatieadviseur vertrekt om mevrouw te helpen. Op een vraag daarover, reageert hij verbaasd: "Ze is een mens, dus ze kan helpen." 

© Laurens AaijAfbeelding

Dat het concept werkt en hij goed bezig is, bewijzen rapporten van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Natuurlijk, bij een jonge organisatie zijn er dingen die beter moeten, maar niets wat aanleiding geeft tot een extra inspectiebezoek, valt daarin te lezen. 

Noor droomt ervan dat de zorglocaties worden bewoond door mensen die zorg nodig hebben, en ouderen die dat – nog – niet hebben. "Een gewone samenleving, waarin je elkaar (vrijwillig) kunt helpen of samen een kop koffie kunt drinken." 

"De komende jaren zal het tekort in de zorg alleen maar verder toenemen, als we dat kunnen ondervangen door de eenzaamheid – die ook weer tot gezondheidsproblemen leidt – te verkleinen en een goede balans te vinden tussen mantelzorg, naar elkaar omkijken en professionele zorg – ja, dat zou ik heel mooi vinden."

Oplettende kleindochter

Hij lacht: "Ja, ik ben wel ambitieus. Ik vind dat je wat moet betekenen voor de maatschappij waarin je leeft, op welke manier dan ook. Mijn dochters hebben allebei goede banen, de ene werkt bij ASN Bank en de andere bij Defensie."

"Ik ben recent opa geworden, een paar maanden geleden. Ik zei een keer tegen mijn dochter: 'Je dochter is heel erg oplettend, die heeft heel attente ogen.' Waarop zij lachend zei: 'Pap, wil je haar nu al naar het gymnasium sturen?'"

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Deel artikel