Laden

RTL Nieuws

Paul reed de zoon van Wilma dood, nu zijn ze vrienden: 'Zag een gebroken man'

Marianne Lucieer··Aangepast: 
"Hij was zó kapot", vertelt Wilma over de eerste ontmoeting met Paul. Nog geen twee dagen daarvoor was haar zoon Mark (17) overleden bij een verkeersongeluk, dat Pauls schuld was. Toch vielen de twee elkaar huilend in de armen. 20 jaar later zijn ze goede vrienden. "Mark is er elke dag, in allebei onze levens."Maak RTL je Google-favoriet
© Josephine DrehmannsPaul reed de zoon van Wilma dood, nu zijn ze vrienden: 'Zag een gebroken man'
Paul en Wilma.

4 februari 2006 was het, een zaterdagochtend. De ontmoeting tussen Wilma (nu 72) en Paul (nu 69) was geregeld door Slachtofferhulp. Wilma wilde graag weten wat er was gebeurd met Mark, Paul vond dat hij niet mocht weglopen voor zijn verantwoordelijkheid.

Medelijden

Met lood in zijn schoenen ging hij, samen met een vrouw van Slachtofferhulp, naar het huis van Wilma en haar toenmalige man, de vader van Mark. "Ik deed de deur open, en er stond een gebroken man", vertelt Wilma in haar woonkamer in Bussum, waar ze samen met Paul zit. "Hij was zó kapot. Ik dacht: ach god. Ja, ik had echt medelijden met hem."

Nadat ze elkaar huilend in de armen waren gevallen, kwam die ene vraag: wat is er gebeurd? "Paul bleef maar zeggen: 'Ik weet het niet, ik weet het echt niet'. Ook hij wilde het dolgraag weten."

© Privéfoto WilmaMark was een echte puber, maar ook bijzonder lief voor anderen.
Mark was een echte puber, maar ook bijzonder lief voor anderen.

"Nog altijd weet ik het niet", zegt Paul. "Dat is moeilijk. Ik heb iemands dood op mijn geweten, en ik weet niet hoe het gegaan is." 

Donkere, regenachtige avond

De pijn is voelbaar als Paul vertelt wat hij wel weet van wat er die donderdagavond 2 februari is gebeurd. Het was rond 18.00 uur, hij kwam terug van een werkbijeenkomst. Het was donker, het regende. Zo'n 200 meter voor zijn huis in Hilversum kwam hij bij een voorrangskruising.

"Ik stopte, keek links, had goed zicht, daarna rechts, zag in de verte een auto, nog een keer links, weer rechts om in te schatten of ik voor die auto langs kon. En ik begon te rijden, in de veronderstelling dat de weg leeg was."

'Je hart slaat over'

"Op dat moment kwam mijn auto omhoog en stond ik stil. Ik wist bij god niet waarom. Ik probeerde mijn portier open te maken, maar dat lukte niet. Aan de andere kant ben ik de auto uit gegaan. En toen ik omliep zag ik een brommer onder mijn auto liggen, en die jongen die daar lag. Later bleek dat Mark te zijn."

"Je hart slaat dan echt over. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik heb naast hem gezeten, zijn hand vastgehouden. Ik was ervan overtuigd dat ik voelde dat hij nog leefde. Totdat er een mevrouw naast me kwam zitten. Zij heeft me daar weggehaald. Mark was al overleden."

© Josephine DrehmannsOp de plek van het ongeluk ligt een herdenkingsplaatje voor Mark.
Op de plek van het ongeluk ligt een herdenkingsplaatje voor Mark.

"Ik weet nog dat ik op een vluchtheuvel stond tussen de twee rijstroken. Ik keek naar mijn eigen auto, en zag Mark daaronder liggen. Dan vergaat je wereld. Ik heb mijn vrouw gebeld, die is naar me toe gekomen. Ook kwamen er mensen die iets hadden gehoord. Terwijl we stonden te wachten op de hulpdiensten, drong het steeds meer tot me door. Ik had hem doodgereden."

Remsporen

Hoe Mark onder zijn auto terecht is gekomen, en waarom Paul hem niet gezien heeft, blijft ook na uitgebreid onderzoek onduidelijk. "Mark was eten aan het bezorgen voor een Chinees restaurant", vertelt Wilma. 

"We denken dat hij de lichten van Pauls auto heeft gezien, geremd heeft en is gevallen. Daarna is hij waarschijnlijk over de weg voor Pauls auto geschoven, mogelijk terwijl Paul naar rechts keek. We hebben remsporen gezien die van Mark kunnen zijn geweest." 

"Maar we weten het niet zeker", vult Paul aan. "We zullen het nooit weten."

"Nog voordat ze binnen waren, zeiden ze: 'Mark heeft een ongeluk gehad en hij heeft het niet overleefd.'"

Wilma zit die avond aan de koffie als de werkgever van Mark belt. Of zij weet waar hij is. "Hij had twee maaltijden weggebracht, en was daarna al lang weg."

Politie aan de deur 

"Ik zei: hij zal wel ergens iemand tegengekomen zijn en de tijd vergeten zijn. Mark was wat dat betreft een echte puber. Maar zijn werkgever vertrouwde het niet, hij bleek bij hen heel plichtsgetrouw te zijn geweest en altijd te hebben gebeld als er iets tussen kwam."

"Omdat hij aandrong, zei ik: 'Ik bel de politie wel om te horen of er ergens een ongeluk is gebeurd.' Ik belde, en de agent die ik sprak, zei: 'O, u bent de moeder van Mark Wortel? Als u ophangt, dan staat de politie al bij u op de stoep'."

"Ik dacht toen nog steeds dat het wel zou meevallen. Misschien zouden ze zijn brommer brengen ofzo? Maar nog voordat ze binnen waren, zeiden ze: 'Mark heeft een ongeluk gehad en hij heeft het niet overleefd.'"

© Josephine DrehmannsWilma
Wilma

Als Wilma Mark omschrijft, krijgt ze een glinstering in haar ogen. Trots is ze vooral op haar zoon, de jongste van twee broers. "Hij was een behoorlijke puber, probeerde alles wat god verboden had. Maar hij was ook heel lief. Pas na zijn dood hoorde ik verhalen van anderen waarvan ik nooit had geweten, omdat Mark het zo normaal had gevonden dat hij er niet over had verteld."

Ketting over graf

"Zo schreef een klasgenoot dat hij gepest werd op school. 'Kom maar bij mij', had Mark gezegd. 'Dan doen ze je niets.' Tegen de pesters zei hij: 'Zullen we dat even niet doen?' En dan gebeurde er inderdaad ook niets. Hij had zich echt over die jongen ontfermd. De jongen had een ketting over Marks graf gehangen, met een brief met zijn verhaal erbij. 'Ik heb die ketting altijd gedragen op school, als bescherming. Nu heb ik hem niet meer nodig, hij is voor jou', stond erbij."

"Ook bleek hij een tijdje 's avonds naar een meisje te zijn gegaan dat zelfmoord wilde plegen. Dan ging hij met haar praten, vertelde ze na zijn dood. Wij wisten wel dat hij 's avonds wegging, maar niet dat hij dan bij haar was."

Wat Wilma bijstaat van de uitvaart, is dat er een enorm bloemstuk lag van mensen die een paar straten verder woonden. "Dat waren oudere mensen die ik eigenlijk niet zo goed kende. Ik dacht toen ik dat bloemstuk zag: dat is wel heel bijzonder."

Behulpzaam

"Later ben ik naar die mensen toegegaan. Ik zei: 'We hebben een prachtig bloemstuk van jullie gekregen, maar ik zou toch wel graag weten waarom'. Toen zeiden ze: 'Mark speelde een hele grote rol in ons leven.'" 

"Mark reed tot zijn 15de ongeveer met een mammoetskelter door de buurt. Als zij zware tassen hadden, dan stopte Mark en haalde hij die uit de auto. Dan bracht hij ze naar de keuken, vroeg hij of hij kon helpen met uitpakken. En het enige wat hij daar al die tijd voor kreeg, was een snoepje, dus hij deed het echt uit goedheid. Heel bijzonder."

© Josephine DrehmannsMark was een actieve jongen, vertelt Wilma.
Mark was een actieve jongen, vertelt Wilma.

Na de eerste afspraak tussen Paul en Wilma, waar een vrouw van Slachtofferhulp bij was, hielden de twee contact. "Die vrouw zei: 'Nou, jullie kunnen dit wel alleen'", herinneren ze zich lachend. Bij de volgende afspraak, een week later, nam Paul zijn dominee mee. Maar daarna niet meer.

Urenlange gesprekken

In eerste instantie kwam het initiatief van Wilma. Waarom? "Ik wilde heel graag over Mark praten, over wat er was gebeurd. Met wie kun je dat beter doen dan met degene die erbij was?", zegt ze. De twee gingen samen wandelen, fietsen, hadden urenlange gesprekken. 

Paul vond juist dat hij Wilma de ruimte moest geven en haar niet steeds met hem moest confronteren. "Daarom heb ik het initiatief de eerste jaren bij Wilma gelegd. Als zij wilde afspreken dan deed ik dat, maar ik wilde me niet opdringen."

"Ik wilde niet dat het Pauls leven kapot zou maken. Want daar leek het wel even op, dat hij absoluut niet kon leven met wat er was gebeurd."

"Ik ben nooit boos op hem geweest", zegt ze. "Weet je, een paar weken eerder had ik meegemaakt dat ik iemand in het verkeer écht niet zag. Ook op een voorrangsweg. Het ging goed. Of ik ook zo had kunnen reageren als dat niet was gebeurd, weet ik niet. Maar toen Paul zei dat hij Mark niet had gezien, kon ik daardoor alleen maar zeggen: 'Ja, dat kan.'"

'Ik vergeef het jou'

"Ik wilde niet dat het zijn leven kapot zou maken. Want daar leek het wel even op, dat hij absoluut niet kon leven met wat er was gebeurd. Later heb ik ook eens gezegd: 'Ik vergeef het jou. Ik hoop toch dat je het kunt accepteren en dat we hier samen doorheen kunnen gaan.'"

"Ik was er vanuit de grond van mijn hart dankbaar voor dat je dat zei", zegt Paul. "Dat je de ruimte in jezelf had gevonden om dat te doen. Maar mij lukte het niet om te accepteren wat er was gebeurd." 

"Nee", zegt Wilma. "Daar heb je wel een paar jaar voor nodig gehad." "Nog steeds wel", zegt Paul. "Je blijft ermee bezig. Iemands dood veroorzaken past niet in het beeld dat ik van mezelf heb. En daar zal het nooit in passen."

© Josephine DrehmannsPaul
Paul

De vader van Mark, Jan, was minder vergevingsgezind. "Dat snap ik heel goed", zegt Paul. "Mark was zijn oogappel en ik had hem doodgereden. Jan was ook kritischer. Hij wilde duidelijkheid hebben, ook in de zaak. Hij zei ook tegen me: 'Jij bent verantwoordelijk voor de dood van mijn zoon.' 'Dat klopt', zei ik. Ik had ook niets om dat anders te zien."

Beschuldigd van dood door schuld

Later kwam ook dat wel goed en accepteerde Jan Paul. Maar daar ging wel wat tijd overheen. Zoals de rechtszaak twee jaar later, waarin Paul werd beschuldigd van dood door schuld. Wilma ging met Paul mee en vertelde de rechter dat er volgens haar alleen maar verliezers waren. "Dat vond de rechter heel bijzonder", vertelt ze.

Paul kon zich wel vinden in de aanklacht. "Ik dacht: ik ben schuldig aan Marks dood. Stuur me naar de Peel om turf te steken. Ik vond echt dat ik dat had verdiend. Maar de rechter sprak me daar vrij van. Het enige wat ik kreeg, was een boete van 500 euro voor het niet verlenen van voorrang op een voorrangskruising."

Onbevredigende uitspraak

Het was een onbevredigende uitspraak: hoe kun je niet schuldig zijn aan de dood van Mark, maar wel voorrang hebben moeten verlenen aan Mark, als je niet wist dat hij er was? "Niemand snapte dat", zegt Paul. "Ik niet, Wilma ook niet. Maar de rechter vond dit een logische uitspraak."

"Na een tijd kwam ik tot de conclusie: ik heb misschien geen schuld aan de dood van Mark, maar wel aan het leven."

"Je moet dan echt een oplossing vinden in je gevoel. Dat hebben we met zijn tweeën gedaan, en dat is heel bijzonder geweest."

'Schuld aan het leven'

Langzaamaan kroop Paul na de rechtszaak uit het dal waar hij in zat. "De eerste periode kostte het me moeite om uit bed te komen, of het huis uit te gaan. Ik dacht dat iedereen mij zou zien als de moordenaar van Mark." 

"Maar na een tijd kwam ik tot de conclusie: ik heb misschien geen schuld aan de dood van Mark, maar wel aan het leven. Nu doe ik veel vrijwilligerswerk. Ik heb een keuken gebouwd voor een kindertehuis in Suriname, waar mijn broer woont. Run met een aantal mensen een wijkblad, geef taalles."

© Josephine DrehmannsWilma houdt een herinneringsboek bij over Mark. Dit is een pagina met foto's van zijn graf.
Wilma houdt een herinneringsboek bij over Mark. Dit is een pagina met foto's van zijn graf.

Door de jaren heen verdiepte de vriendschap. Toen Wilma in 2017, vier jaar na de dood van haar man, hertrouwde met een weduwnaar met twee dochters, waren Paul en zijn vrouw te gast op de bruiloft.

'Vriendschap gaat heel diep'

"Weet je", zegt Wilma. "Zo'n vriendschap gaat heel diep. Bij Paul kon ik altijd vertellen wat ik voelde. Omdat Paul een man is en ik een vrouw, denken mensen vaak dat er meer speelt. Maar dat is niet zo. We hebben gewoon een heel goede band. Soms spreken we met zijn tweeën af, maar ook met Paul zijn vrouw en mijn man erbij. Anderen deden al snel alsof er niets gebeurd was, dat deed Paul niet." 

"Ik weet nog heel goed dat ik een paar maanden na de begrafenis een paar mensen die op de begrafenis waren geweest, tegenkwam op de verjaardag van mijn vader. Niemand zei een woord over Mark of wat er was gebeurd. Níémand. Je kunt toch zeggen dat het een mooie dienst was, of vragen hoe het gaat? Ik ben weggegaan, in mijn eentje in mijn auto gaan zitten en heb heel lang, heel hard gegild. De longen uit mijn lijf. Werkelijk waar."

© Privéfoto Wilma.Het graf van Mark en zijn vader, met een vrachtwagen omdat Mark vrachtwagenchauffeur wilde worden.
Het graf van Mark en zijn vader, met een vrachtwagen omdat Mark vrachtwagenchauffeur wilde worden.

Wel haalde Wilma in die tijd steun uit gesprekken met andere ouders die een kind waren verloren, via de stichting Ouders van een Overleden Kind (OOK). "Met twee stellen heb ik nog steeds contact, we eten twee keer per jaar samen. In het begin ging het heel erg over onze kinderen, na 20 jaar niet meer. Nu gaat het vooral over vakanties en kleinkinderen."

Mark is er altijd bij

Ook met Paul gaan de gesprekken niet alleen meer over Mark, al speelt hij nog altijd een belangrijke rol in allebei hun levens. "En dat zal ook zo blijven", zegt Paul. "We hebben het nu ook over andere dingen die we meemaken. Wilma heeft drie bonuskleinkinderen. Mijn vrouw en ik hebben geen kinderen gekregen maar gaan bijvoorbeeld samen op reis. Maar Mark is er altijd bij. En dat is goed." 

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.

Deel artikel