Roadtrip door het zuiden van Wales: kastelen, kliffen, kust en ruige natuur

Wales telt ruim 600 kastelen en een daarvan staat midden in hoofdstad Cardiff. Het is een indrukwekkend gezicht, dat middeleeuwse fort met daarnaast een Victoriaans herenhuis zo in het hart van de stad. Bij het kasteel staat een grote rode draak en die zullen we op nog veel meer plekken gaan tegenkomen.
De draak is namelijk hét symbool van Wales, het land van Keltische cultuur en spannende legendes waarin de kastelen en mythische ruïnes een belangrijke rol spelen. Het kasteel van Cardiff is dus een mooi startpunt van onze rondreis door het zuiden van Wales.

Ook kijken we rond op Cardiff Market. Deze overdekte markthal komt uit het einde van de negentiende eeuw, net als de mooie winkelgalerijen die je er in de buurt hebt. Anno 2026 is de markt helaas wel een tikkeltje vergane glorie, maar dat deert de locals niet. Ze zitten er aan tafeltjes met een stevig ontbijt voor zich of staan – samen met toeristen – in de rij voor Welsh cakes.
Welsh cake
Een Welsh cake kun je het beste omschrijven als een kruising tussen een scone en een koekje. Zacht van binnen en knapperig van buiten. Ze worden bij de kraam van Cardiff Bakestones voor je neus gebakken en gaan warm over de toonbank.
De traditionele variant is gevuld met rozijnen, maar er zijn ook Welsh cakes met jam, witte chocolade of speculoos. Toch is het geen tourist trap, zoals in Amsterdam waar toeristen massaal in de rij staan voor een belegde stroopwafel van 7 euro. Voor een verse Welsh cake betaal je 60 pence (70 eurocent). Dat bevalt ons wel.

Na een dagje Cardiff rijden we richting Wye Valley, een groene vallei bij de grens met Engeland. Daar koersen we af op Tintern Abbey, de ruïne van een klooster uit de 12e eeuw. De kerk die erbij hoort, is een meesterwerk in Gotische architectuur. Maar toen Henry VIII kloosters liet ontbinden, moesten de monniken weg en kwam de boel in verval.
De ruïne is te bezoeken, maar staat de komende tijd deels in de steigers, dus dat haalt wat van de magie weg. Het is alsnog de moeite waard, al was het maar omdat je hier de Devil's Pulpit wandeling kunt doen: vanaf Tintern Abbey loop je eerst langs rivier de Wye en dan omhoog voor een mooi uitzicht.
Boeken, boeken en nog eens boeken
Een stukje noordelijker, op anderhalf uur rijden, kom je in het dorpje Hay-on-Wye. Hier draait het maar om één ding: boeken, boeken en nog eens boeken. In dit kleine plaatsje zijn ruim twintig (tweedehands) boekwinkels. De een gespecialiseerd in moordmysteries, de ander in poëzie. Een leuk dorp om rond te lopen, op een terrasje te zitten en – uiteraard – een boek te kopen.

Hay-on-Wye ligt aan de rand van Brecon Beacons National Park, het natuurpark dat met 1344 km² een groot deel van Zuid-Wales in beslag neemt. Ook hier kan goed gewandeld worden. Zo zijn er meerdere routes naar de top van berg Pen y Fan.
Onuitspreekbare namen
Ook kun je hier de populaire Four Waterfalls Walk doen die je leidt langs watervallen met onuitspreekbare namen als Sgwd Isaf Clun-Gwyn en Sgwd yr Eira. Welsh is niet de makkelijkste taal. Gelukkig zijn plaatsnaamborden en verkeersborden tweetalig. Welsh én Engels.
Helemaal aan de andere kant van het park ligt Carreg Cennen Castle Ook dit is een ruïne, dramatisch gelegen op een klif boven de rivier de Cennen. Vanaf de parkeerplaats lopen we de heuvel op naar het kasteel, waar een uitzicht over Brecon Beacons National Park op ons wacht.

Bijzonder aan het kasteel is de ondergrondse tunnel waar je in kan ronddolen. Die leidt naar een grot die dienst deed als opslag én gevangenis. In de tearoom van het kasteel bestellen we een Welsh rarebit: geroosterd brood met daarover een dikke kaassaus. Klinkt misschien een tikkeltje vreemd, maar het is lekker. Als je in Wales bent en van kaas houdt, dan moet je hem geproefd hebben.
Populair vakantieoord
Vanuit het groene binnenland rijden we over kronkelende wegen - waar af en toe een schaap de boel blokkeert – richting de kust. De regio Pembrokeshire heeft witte zandstranden, levendige kustplaatsje en ruige kliffen. Niet te missen is het gezellige stadje Tenby. In de haven dobberen vissersbootjes en toeristenboten naast elkaar. Er staan pastelkleurige huizen, er is een leuke brouwerij en tal van pubs en ijssalons.
Met een ijsje loop je door de oude straatjes van de ommuurde binnenstad langs souvenirwinkeltjes vol prullaria. Zeker in de zomer is dit een populair vakantieoord. Vanuit Tenby kun je boottochtjes maken, maar wij kiezen voor een wandeling over het Pembrokeshire Coast Path, een prachtige route langs de kustlijn.

De wandeling gaat van Tenby naar kustdorp Saundersfoot. Het is een kleine zeven kilometer, maar we doen er een stuk langer over dan gedacht. Het gaat namelijk heuvel op, heuvel af. Het uitzicht onderweg is de beloning. Na aankomst lopen we het brede strand op om de watertemperatuur te checken. De een vindt het zeewater lekker fris, de ander vindt het ijskoud.
Maar daar hebben ze in Saundersfoot een oplossing voor. Pal aan het strand staat een sauna, geknipt voor alle koukleumen. De locals maken er graag gebruik van, al draaien die hun hand niet om voor een dip in zee.
Blue Tit Swimmers
Er zijn hier namelijk meerdere zwemclubjes met mensen die dagelijks in zee zwemmen. Het hele jaar door. Ze hebben toepasselijke namen als Chilly Peckers en de Numb Nuts. Wij haken om zeven uur ‘s ochtends aan bij de dames van Blue Tit Swimmers. Het is vroeg, maar de zon schijnt en de sfeer is goed.
Met een stel vrolijke vrouwen de zee in rennen, is een heerlijk begin van de dag. Zeker als je tijdens het afdrogen goed om je heen kijkt en de schoonheid in je opneemt. We kijken uit over de baai van Carmarthen. Volgens de legendes is dat waar de beroemde tovenaar Merlijn geleefd heeft. Of het waar is zullen we nooit weten, maar zeker is wel dat in Wales de goede verhalen nooit ver weg zijn.
Klik hier voor meer Lifestyle