Aleksej Navalny op tweede sterfdag herdacht: 'We eren zijn moed'

Eergisteren maakten Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Zweden bekend dat gezamenlijk onderzoek had uitgewezen dat Navalny vergiftigd was. Volgens de verklaring werd Navalny vergiftigd met de zeldzame stof epibatidine, die voorkomt bij pijlgifkikkers. Rusland heeft de conclusies uit het onderzoek verworpen.
Vandaag pleiten vijftien landen voor een 'grondig en transparant' onderzoek naar de omstandigheden rond de dood van de Russische oppositieleider. "Wij benadrukken dat de Russische autoriteiten uitsluitend verantwoordelijk blijven", schrijven ze.
Europese landen: Rusland vergiftigde Navalny met zeldzaam kikkergif
In de verklaring staat dat de mensenrechtensituatie in Rusland 'snel is verslechterd voorafgaand aan en sinds deze tragische gebeurtenis'. De landen wijzen het Kremlin aan als schuldige en prijzen onder meer Russische mensenrechtenverdedigers die, ondanks de toegenomen risico's, hun werk voortzetten. Rusland moet volgens hen 'volledig voldoen aan al zijn internationale verplichtingen en alle politieke gevangenen vrijlaten'.
'Eren zijn moed'
Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel stelt dat Navalny's dood herinnert aan 'de prijs die wordt betaald door degenen die opkomen voor vrijheid'. "Vandaag eren we zijn moed", aldus de minister op X. "Samen met onze partners houden we de Russische autoriteiten verantwoordelijk, steunen we mensenrechtenverdedigers en roepen we op tot de vrijlating van alle politieke gevangenen."
De verklaring komt ook van Australië, Canada, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Letland, Litouwen, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Polen, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Navalny (47) stierf op 16 februari 2024 in een afgelegen strafkolonie met een streng regime. Hij was jarenlang de belangrijkste tegenstander van president Vladimir Poetin.

