Den Haag wil al weer af van zwaarbevochten verbod op fossiele reclame

'Voor Den Haag, met Den Haag' is de titel van het nieuwe akkoord dat de partijen Hart voor Den Haag, de winnaar van de verkiezingen, de VVD, CDA en DENK begin juli overeenkwamen. Onder dat motto valt volgens hen ook de afschaffing van het verbod, dat voor meer financiële ruimte moet zorgen.
Betuttelend
Dat het nieuwe Haagse bestuur nu van het verbod af wil, is overigens niet heel verrassend. Richard de Mos, leider van Hart voor Den Haag, zei al bij de invoering ervan dat hij het betuttelend vond.
Nijmegen volgt andere steden en verbiedt fossiele reclames in openbare ruimte
Het verbod was in januari 2025 onder de vorige coalitie, bestaande uit de partijen D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA, CDA en DENK, in werking getreden. Reclame voor vliegvakanties, cruisevakanties, benzineauto's en gasaanbieders was opeens taboe in de stad. Den Haag was de eerste stad ter wereld met zo'n verbod en werd wereldnieuws. Het initiatief kwam van de Partij voor de Dieren, die er drie jaar mee bezig was geweest het juridisch te verankeren in de Algemene Plaatselijke Verordening.
Veel kritiek
Maar er was ook veel kritiek op het verbod. Zo was het tegen het zere been van de reisbranchevereniging ANVR, die samen met onder andere TUI een kortgeding aanspande. Dat verloren ze. Al hun bezwaren - het reclameverbod zou onder meer in strijd zijn met de vrijheid van meningsuiting en met de vrijheid van ondernemerschap - werden afgewezen.
Extinction Rebellion verwijdert 'fossiele reclame's' in abri's: 'Denken na over aangifte'
Ook andere gemeenten willen een verbod op fossiele reclame. Zo maakten Amsterdam, Utrecht, Delft en Nijmegen bekend een verbod te willen instellen. Maar landelijke invoering laat nog wel even op zich wachten. Dat ligt juridisch moeilijk, zei minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei eerder dit jaar nog in een antwoord op Kamervragen:
"In 2024 heeft het kabinet aangegeven dat een nationaal verbod niet per definitie onmogelijk is, maar dat er zich diverse juridische uitdagingen en onzekerheden voordoen die invoering op afzienbare termijn niet opportuun maken. Het kabinet blijft op dit moment bij die conclusie,omdat de juridische context voor een nationaal verbod niet wezenlijk is veranderd."



