Als kind moest Felix mensen doden: 'Liefst met kapmes, schieten was zonde van de kogels'

Het was meer dan vijf kilometer lopen, van huis naar school. Ze begonnen vroeg in de ochtend, zodat ze om 10.00 uur weer terug konden, net voordat de nieuwe dag van gevechten losbarstte. Soms was het schieten al vroeg begonnen, dan moest je een omweg nemen 'door de bush'. Soms verschenen er helikopters aan de hemel die bommen afwierpen en met machinegeweren op alles schoten wat bewoog. Dan moest je je verstoppen tot ze verdwenen waren.
Ook rebellen droegen een uniform
In de ochtend lagen er vaak verse lichamen langs de weg. Jongens en mannen die in de nacht gesneuveld waren. Je kwam groepen gewapende mannen tegen. Je wist nooit of het rebellen waren of soldaten van het regeringsleger. "Ze droegen allemaal legeruniformen", zegt Felix, die voor een paar dagen in Nederland is. "Als rebellen soldaten hadden gedood bij gevechten, trokken ze zelf de uniformen van de dode soldaten aan."
Zo kwam hij zelf, veel later, na zijn ontvoering, ook aan zijn eerste paar schoenen en aan zijn legeruniform. Maar daarover verderop meer.

Felix, nu 43 jaar, vond als jonge man de hulp die hij nodig had bij War Child, zegt hij in het Amsterdamse kantoor van War Child. Directeur Ernst Suur, die aanwezig is bij het interview, was een van de mensen die hem hielp toentertijd.
En nu werkt Felix er zelf: in Zuid-Soedan helpt hij tegenwoordig 'jongens van wie de jeugd is gestolen'.
Doel in het leven
Felix spreekt bedachtzaam en met een sonore, diepe stem. Hij denkt na over zijn zinnen voordat hij ze uitspreekt, kalm en beheerst. Je begrijpt meteen waarom kinderen met trauma's zich bij hem op hun gemak voelen. "Die jongens zijn nu mijn doel in het leven. Met elk kind dat ik help, krijg ik zelf ook een beetje meer rust."
Het huis waar hij opgroeide stond in het buitengebied van een stad in het noorden van Oeganda. "Ik ben geboren in Zuid-Soedan, dat toen nog Soedan was. In een klein dorpje. Daar woedde een oorlog tussen de regering en rebellen die voor onafhankelijkheid vochten. Mijn moeder en oma zijn gevlucht toen ik nog geen jaar oud was. Naar Noord-Oeganda."
Ook daar woedde oorlog, maar het was er ietsje veiliger.
"Toen mijn moeder zwanger van mij was, is mijn vader omgekomen."
Hij groeide op bij zijn oma, in een huis waarin ook ooms en tantes woonden, en neven en nichten, en andere familieleden. Zijn moeder woonde in dezelfde stad, maar in een ander deel. "Toen mijn moeder zwanger van mij was, is mijn vader omgekomen bij een vliegtuigongeluk", vertelt Felix. "Zij is daarna met een andere man getrouwd, maar die man wilde niets van mij weten. Ik mocht niet in de buurt komen."
'Goddelijke wil'
Omdat haar zwangerschap problematisch was als alleenstaande vrouw, heeft ze geprobeerd hem te aborteren, vertelt hij met een glimlach. "Ze heeft van alles geprobeerd om van mij af te komen, maar ik wilde niet weggaan. Daarom kreeg ik de naam Ojok, dat betekent zoiets als 'goddelijke wil'."
Ze hadden niet veel. Het kwam voor dat er twee dagen geen eten was. Zout op het eten was sowieso ondenkbaar, dat was alleen voor rijke mensen. Thee was een luxe die alleen met kerstmis op tafel kwam. Schoenen of sandalen bezat hij niet: de tocht naar school ging op blote voeten.

In het noorden van Oeganda woedde in die tijd een bloedige oorlog tussen het regeringsleger en de rebellenbeweging van de beruchte krijgsheer Joseph Kony. Die stichtte in 1987 het rebellenleger LRA, in Nederland bekend onder de naam Verzetsleger van de Heer. Kony claimt dat God hem op een heilige missie heeft gestuurd om verzet te plegen tegen de Oegandese regering van president Museveni. Zijn leger bestond voor een groot deel uit ontvoerde kinderen.
Kony is al jaren voortvluchtig. Volgens schattingen zijn er tussen 1987 en 2009 zo'n 66.000 kinderen ontvoerd en ingezet als kindsoldaat. Er zouden rond de 100.000 burgerslachtoffers zijn gevallen door de strijd. Kony's leger is sinds 2006 niet meer actief in Oeganda.
Op blote voeten
Voor Felix was de oorlog dagelijkse realiteit. Hij zag zijn school drie of vier keer overvallen worden door rebellen. Telkens verdwenen er dan tientallen kinderen. Toen hij 11 was, was ook zijn geluk opgeraakt: met 30 andere kinderen werd hij meegenomen.
"We liepen naar Zuid-Soedan, een tocht van ongeveer een week", herinnert hij zich. "Op dag twee waren onze voeten opgezwollen en pijnlijk."
"Iedereen die ontvoerd is geweest, heeft moorden gepleegd."

Stoppen betekende je doodvonnis. "Een jongen zei dat hij niet verder kon. De leiders van de groep zeiden tegen een jonge jongen uit de groep: laat hem rusten. Dat betekende dat die hem dood moest maken. Want niemand ging je door de bush dragen."
Ontvoerde jongens zoals Felix waagden het daarna niet meer om te klagen. Zo blokkeerden de rebellen ook de weg terug voor de ontvoerde jongens. "Je familie thuis wist: iedereen die ontvoerd is geweest, heeft moorden gepleegd. Dat maakt het bijna onmogelijk om terug te keren. Het enige thuis waar je nu geaccepteerd wordt, is het rebellenleger."
"Kogels had je nodig voor gevechten tegen soldaten."
Nieuwe rekruten wierpen zichzelf op als beul, vertelt Felix met een zichtbare brok in zijn keel. Om te bewijzen dat ze van waarde waren. "Voor je ogen werden jongens van 9 of 10 jaar gedood door jongens van dezelfde leeftijd. Je weet: als ik me niet bewijs, kan ik de volgende zijn. Je deed alles om te overleven."
Dus dat moet betekenen dat ook Felix zelf....? Hij vouwt zijn handen, aarzelt even en zegt: "Mag ik het zo zeggen: wie weigert op bevel te doden, wordt zelf gedood. Ik wilde dat het anders was. Dat is het moeilijkste dat je je kunt voorstellen, zoiets moeten doen. Maar er is geen andere optie."
Felix ontsnapte
Overigens moest de opdracht vaker met een kapmes dan met een geweer worden uitgevoerd. "Schieten was zonde van de kogels. Die had je nodig voor gevechten tegen soldaten."
Dode soldaten leverden kleding en schoenen. Plundertochten zorgden voor eten en drinken. Zo leefde hij meer dan twee jaar. De ene dag vocht hij tegen het leger, de andere dag moest hij mee naar dorpen en scholen om nieuwe rekruten te ontvoeren. Hij overwoog zichzelf van het leven te beroven, zegt hij, om overal van af te zijn. Maar hij besloot anders: hij zou proberen te ontsnappen.
Denk je aan zelfdoding?
Bel dan 24/7 met 113, gratis en anoniem, of chat op 113.nl
"Ik zag mijn kans schoon tijdens een gevecht met een legereenheid. Drie dagen lang heb ik gerend. Je hebt dan twee vijanden. Je weet: als de rebellen me pakken, doen ze vreselijke dingen met me. Marteling, pijn. Ik heb dat vaak zien gebeuren. Daarom bewaarde ik altijd een kogel voor mezelf."
Hij stuitte op een gezin. Een man, een vrouw en drie kinderen. Hij had zijn legeruniform nog aan, zijn geweer in zijn handen. "Ik heb ze eerst gearresteerd. In hun huis heb ik ze de waarheid verteld en om hulp gevraagd."

Felix kreeg pap te eten, zijn voeten werden verzorgd en ingepakt in bladeren om te genezen. "Ik vroeg ze mij naar een legerpost te brengen, waar ik dacht veilig te zijn. Maar ze zeiden: die zullen je meteen doodschieten."
Hoe zijn oma eten het huis uit smokkelde
Hij was op dat moment 13 jaar. Na een lange tocht keerde hij terug naar zijn familie. Maar daar wachtte hem geen warm welkom. "Mijn oma ontving me met open armen, maar mijn ooms en neven en nichten waren bang. Ik neem ze niets kwalijk, er zijn genoeg voorbeelden van teruggekeerde jongens die trauma's hadden en geweld gebruikten."
Hij kon daar niet blijven en leefde in de stad op straat. Zijn oma verborg hem soms in het bos. Stiekem smokkelde ze eten het huis uit voor Felix.
Uit deze periode is ook de enige foto die in zijn jeugd van hem gemaakt is (zie hieronder). Er kwam een man met een camera naar de school, vertelt Felix. "Die legde uit dat je door dat apparaat jezelf op een foto kon zien. Ik begreep er niets van." Met een diepe lach voegt hij toe: "We werden gewaarschuwd dat dat apparaat onze ziel zou stelen."

Een week later keerde de fotograaf terug, inderdaad met een foto van de 13-jarige Felix. "Pure magie."
Na een jaar trok hij naar de stad Kampala. Ook daar leefde hij op straat. "Er was een vrouwelijke politieagent die elke dag een banaan aan me gaf. Ze nam me ook nog even in huis, maar haar man was bang voor me, dus ik kon niet blijven."
"Ik heb vaak geluk gehad in mijn leven."
Over de spontane hulp van die vrouw zegt hij zonder enige ironie of cynisme: "Ik heb vaak geluk gehad in mijn leven."
Met een beetje geld dat de agente hem had meegegeven, keerde hij opnieuw terug naar de stad waar hij opgroeide, waar hij een eenvoudige kamer huurde. Hij hield zichzelf in de volgende jaren in leven door te werken op boerderijen, gaten en geulen graven op akkers waarin boeren hun gewassen plantten.
Overal een kruis
Tijdens zo'n klus, Felix was inmiddels een jaar of 21, stuitte hij op een project van War Child in Koch-Goma, in Noord-Oeganda. "Deze man was er toen ook", zegt hij, wijzend op de huidige War Child-directeur Ernst Suur. "Ik herinner me dat hij me vroeg mijn wereld te tekenen. Dus ik tekende mijn huis, de tuin, de school, de War Child-campus. Toen moest ik aangeven waar ik me veilig voelde. Ik zette overal een kruis door, behalve door de campus."

Suur zegt zich dat niet te herinneren, maar wel een moment ongeveer een jaar later: "Felix wandelde letterlijk mijn leven binnen, toen hij stage kwam lopen bij ons."
Felix was in die tijd een intimiderend persoon, herinnert Suur zich. "Hij is nu een kalme, ingetogen man die meteen je vertrouwen wekt, maar toen waren we - ik zeg het eerlijk - allemaal bang voor hem. Hij straalde uit dat hij elk moment als een bom af kon gaan. De woede spatte uit zijn ogen."
Felix beaamt dat. "Ik was iemand anders toen. Het gevoel van veiligheid heeft me totaal veranderd."
"De jongeren voelen: dit is er een van ons, hij begrijpt me."
Nadat Felix door de begeleiding van War Childmedewerkers 'een andere mens' was geworden, kreeg hij een kans als stagiair. Samen met professionele begeleiders voerde hij gesprekken met jongens zoals hijzelf was geweest, jongens die uit oorlogen terugkeerden. "Tussen hem en die jongeren bestaat een instant-connectie", zegt Suur. "Hij heeft geen woorden nodig. De jongeren voelen: dit is er een van ons, hij begrijpt me. Ze vertrouwen hem."
Felix knikt. "Ik begrijp ze zonder dat ze me iets hoeven te vertellen. Ik weet wat elke stilte betekent."
Hij zelf heeft ook veel baat bij zijn hulpverlening. "Toen ik met de jongeren begon te werken, voelde ik opeens dat ik zelf terugkeerde in mijn lichaam. Daarmee bedoel ik: mijn lichaam was al jaren terug uit de oorlog, maar mijn geest begon nu ook terug te keren. Dat was een schok voor me. Daar leerde ik mijn doel in het leven kennen: jongeren helpen om terug te keren naar zichzelf, en naar een normaal leven."

Die trajecten zijn breekbaar, vertelt hij. "Ik zeg nooit dat ik het zelf ook meegemaakt heb, want ze mogen niet het gevoel hebben dat ze erover móeten praten. Ze moeten zich in de eerste plaats veilig voelen, zonder oordeel. Dat is een gevoel dat ze nooit gekend hebben. Als je daar begint, kunnen ze er zelf over beginnen wanneer ze eraan toe zijn."
Afhankelijk van de situatie - lang niet altijd mogen ouders, verzorgers, leraren of werkgevers weten wat er is gebeurd - worden ook ouders en verzorgers bij het proces betrokken. "Dan sluit je de cirkel in het leven van een kind, zodat het overal veilig is."
Vrede voor jongens
Om zijn doel na te jagen brengt hij een dagelijks offer: hij leeft gescheiden van zijn gezin. Zijn vrouw en zes kinderen, vier van henzelf en twee kinderen voor wie ze zorgen, wonen in het centrale deel van Oeganda waar het veilig is. Felix woont en werkt in Zuid-Soedan. In buurland Soedan woedt een bloedige oorlog tussen het regeringsleger en de rebellen van de Rapid Support Forces - die, naar het voorbeeld van Kony, kinderen ontvoeren en dwingen als kindsoldaat te vechten.
Zelf heeft Felix zijn 'pijn omgezet naar een groter doel': het brengen van 'vrede voor jongens die de oorlog in zich hebben'. "Ik probeer ze te geven wat ik zelf nodig had op die leeftijd, de ruimte om even veilig te zijn en te ontspannen. Ik wil ze het gevoel geven dat ze gezien worden. Dat ze ertoe doen. Dat het leven ze nog iets te bieden heeft. Dan kan hopelijk het proces van heling en genezing beginnen."
Zondaginterview
Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto's van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.
Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl
Lees hier de eerdere zondaginterviews.
