De eerste verkrachting was op 16 september 2022. Het slachtoffer kwam de man na een uitgaansavond in de binnenstad van Utrecht tegen. Ze ging vrijwillig met hem mee naar huis. Daar hadden ze seks. Op een gegeven moment gaf de vrouw dat ze niet meer wilde, maar de man dwong haar hardhandig om door te gaan.
Daarop deed ze aangifte. Nadat bekend werd dat de man was aangehouden, volgden er nog twee aangiften. Twee andere vrouwen hadden iets vergelijkbaars meegemaakt met diezelfde verdachte.
Uit een slachtofferverklaring bleek dat een vrouw aangaf pijn te hebben tijdens de seks. Ondanks dit signaal ging de verdachte door en behandelde hij haar volgens de rechtbank 'op grove wijze'. Een van de andere vrouwen had gezegd: "Stop, ik voel me niet goed. Ik wil geen seks, een andere keer." Ook toen ging de man door. Een van de vrouwen had blauwe plekken na de verkrachting.
Aanvankelijk instemming
Het hof week bij de beoordeling van de zaak af van de geldende oriëntatiepunten in vergelijkbare zaken. Het woog mee dat er in beide gevallen aanvankelijk sprake was van wederzijdse instemming. Volgens het hof zijn de incidenten anders dan een verkrachtingszaak waarin van meet af aan sprake is van dwang.
Ook hield het hof rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte en met de gevolgen die de strafzaak voor zijn leven heeft gehad.


