Einde aan de Griekse crisis, maar niet aan de steun

Daarmee komt er einde aan een buitengewoon lang crisistraject, maar er moeten nog moeilijke beslissingen worden genomen over de gigantische schuldenberg van de Grieken.
Hoe zat het ook alweer?
De Grieken kregen in 2010 voor het eerst miljardensteun van de andere Eurolanden en van het IMF, toen bleek dat het land jarenlang zijn financiële problemen had verdoezeld. In één klap kon het land onmogelijk nog aan geld komen en een faillissement lag op de loer.
Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Uiteindelijk moest er tot driemaal toe een steunprogramma worden opgetuigd. Acht jaar later staat er een schuld open bij de Europese geldschieters en het IMF van bijna 240 miljard euro.
Pijn
Vandaag komt daar nog een laatste keer een forse pluk geld bij, maar dan is het ook klaar. Al die hulp kreeg Griekenland niet voor niets: de afgelopen jaren moest het land keihard bezuinigen en hervormen.
En dat deed vaak pijn. Het verkopen van staatsbedrijven, versoberen van de pensioenen, hervormen van de arbeidsmarkt en verhogen van de belastingen leidde geregeld tot protesten in Griekenland.
Schuld onhoudbaar
Met de afsluiting van het derde hulpprogramma moet het ergste voor de Grieken over zijn, maar ook de komende jaren zal het land nog nauwlettend in de gaten gehouden worden. Niet in de laatste plaats omdat de problemen op de lange termijn nog niet over zijn.
Het IMF maakte de laatste jaren regelmatig inschattingen van de Griekse staatsschuld over de komende decennia, en dat ziet er niet rooskleurig uit. Hoewel de schuld eerst zal afnemen door een groeiende economie, stijgt die in de zwarte scenario's op termijn naar meer dan 250 procent van het BBP.
Zelf lenen is veel duurder
Dat komt omdat Griekenland nu kan teren op buitengewoon goedkope leningen die het van Europa heeft gekregen. Maar als die leningen moeten worden terugbetaald, moet Griekenland zelf geld daarvoor ophalen op de kapitaalmarkt. En dan moet het land gewoon de marktrente betalen, die vele malen hoger zal liggen. Gevolg: er is meer geld nodig en dus moeten er meer schulden gemaakt worden.
Dat moeten we niet willen, daar is iedereen het over eens. En dus moet er iets aan de schuld gebeuren. Deels kwijtschelden zou het makkelijkst zijn, maar dat is een absolute no-go voor veel Eurolanden. Onder andere Nederland en Duitsland hebben deze optie altijd pertinent van tafel geveegd.
Draaglijker
Gelukkig zijn er andere opties. Zo kunnen de Eurolanden bijvoorbeeld besluiten om de looptijden van de leningen verlengen, de rentes te verlagen of lange rentevrije periodes in te lassen. Daarmee wordt de schuld niet kwijtgescholden, maar wel draaglijker voor de Grieken.
Hoewel er in letterlijke zin geen schuld wordt kwijtgescholden, wordt de schuld door de inflatie over tientallen jaren wel veel minder waard. Met andere woorden: 180 miljard terugbetalen in 2060 doet minder pijn dan in 2018. Het omgekeerde geldt ook voor landen en instanties die geld hebben uitgeleend: als je dat pas jaren later terugkrijgt, is het ook veel minder waard.
Al met al komt er aan het steunpakket officieel een einde, maar de steun voor Griekenland gaat dus nog tientallen jaren door.