Myanmar schrapt alle doodstraffen, strafvermindering voor Suu Kyi

Doodstraffen werden in Myanmar tientallen jaren niet uitgevoerd, tot de militaire coup van 2021. Toen nam de krijgsmacht, onder leiding van dezelfde Min Aung Hlaing, de macht over van de democratisch gekozen Suu Kyi en hervatte het uitvoeren van executies.
De voormalige legerleider werd begin deze maand gekozen als president. Dat gebeurde na verkiezingen die volgens critici niet bepaald eerlijk verliepen en er duidelijk op gericht waren de militaire machthebbers in het zadel te houden. Het schrappen van de opgelegde doodstraffen is een van Min Aung Hlaings eerste officiële daden.
Daarbij worden vrijdag 4300 gevangenen vrijgelaten. Onder hen zijn 179 buitenlanders. Bovendien worden alle straffen van minder dan veertig jaar verminderd met een zesde. Dat geldt volgens haar advocaat ook voor de 80-jarige Suu Kyi, die veroordeeld is tot 27 jaar. De strafvermindering zou dan 4,5 jaar zijn.
Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi veroordeeld tot vijf jaar cel wegens corruptie
Internationale reputatie
Suu Kyi kreeg de straf voor een reeks aanklachten die volgens haar bondgenoten politiek gemotiveerd waren om haar buitenspel te zetten. De aanklachten varieerden van opruiing en corruptie tot verkiezingsfraude en het schenden van een wet op staatsgeheimen.
Suu Kyi was tussen 2016 en 2021 de Adviseur van Staat, een titel die betekende dat zij feitelijk de macht had. De president tijdens haar bewind, Win Myint, was van 2018 tot de staatsgreep in functie en werd daarna ook vastgezet. Hij komt nu vrij, als onderdeel van de amnestieregeling van de nieuwe president.
De junta bestempelt die maatregel als een poging tot verzoening na vele jaren burgeroorlog, die nog steeds niet voorbij is. Maar tegenstanders zeggen dat de regering enkel probeert om zijn internationale reputatie te herstellen, terwijl er nog altijd veel politieke gevangenen vastzitten.
Vijf jaar geleden pleegde het leger in Myanmar een staatsgreep. Sindsdien woedde er een burgeroorlog, omdat een deel van de bevolking strijd voerde om het leger weg te krijgen. De militairen kregen daarbij hulp van China en Rusland. Azië-correspondent Thom Schelstraete vertelt je er in deze video alles over:


