Jojanneke vluchtte met gezin uit Soedan en keerde terug: 'Je hart breekt'

Herhaalt de geschiedenis zich in El Obeid? De wereld sprak schande van de wreedheden in El Fasher, waar naar schatting 60.000 mensen zijn vermoord, verkracht en gemarteld door leden van de paramilitaire strijdgroep RSF (Rapid Support Forces).
Deze massamoord volgde op een belegering van achttien maanden. De stad werd eerst uitgehongerd en geïsoleerd, door middel van loopgraven en aarden wallen, zodat burgers nauwelijks nog konden vluchten. Eind oktober stortte de verdediging in en volgde een golf van moorden en executies.
Weer een stad omsingeld
Nog geen tien maanden later is opnieuw een stad omsingeld. Het gaat om El Obeid, een strategisch knooppunt voor handel, en ook de hoofdstad van de staat Noord-Kordofan. De Verenigde Naties waarschuwen dat de honger toeneemt in de stad, waar ook een tekort is aan water en brandstof.

Ook de nabijgelegen stadjes Bara en Babanusa zijn al langer het middelpunt van bloedige confrontaties tijdens de oorlog en onlangs door de RSF heroverd op het Soedanese regeringsleger.
Hulpverlener Jojanneke verbaast zich erover dat het in El Obeid op dezelfde wijze dreigt mis te gaan als in El Fasher. "Destijds is vooraf ook maanden gewaarschuwd, maar werd er niets gedaan. Wat we vreesden, is werkelijkheid geworden met grote stapels lijken op straat."
RSF-leider in Soedan ter dood veroordeeld voor oorlogsmisdaden
De gebrekkige aandacht voor de situatie wijt ze deels aan het gebrek aan beelden en verslag vanuit de regio, waar journalisten worden geweerd door beide strijdende partijen. "Maar er lijkt ook wel een gebrek aan medemenselijkheid. Deze mensen zijn gewone burgers, mensen met kinderen, vrienden en families. Zij dreigen verkracht te worden, te sterven van de honger of te worden afgeschoten. Dat er opnieuw niet wordt ingegrepen, is echt afschuwelijk."
Gevlucht met jonge kinderen
Jojanneke moest in april 2023 vluchten voor het geweld. Ze woonde met haar man en drie kinderen van destijds 3, 6 en 11 jaar oud in de hoofdstad Khartoum. Toen de oorlog uitbrak werd de Nederlandse ambassade gesloten en moesten het ambassadepersoneel en alle hulpverleners halsoverkop het land verlaten.
"We wilden heel graag langer blijven, maar het was die bewuste zaterdagochtend vrij duidelijk, met trillende ramen en kogels die neerkwamen in de tuin. Overal liepen gewapende mannen op straat, en dus was de vraag: hoe komen we hier weg? Dankzij vrienden bij de Franse ambassade wisten we een safehouse te bereiken, waar we de volgende dag zijn opgehaald door zwaar bewapende Franse militairen."

Inmiddels woont het gezin weer in Nederland en werkt Jojanneke voor hulporganisatie CARE. Twee maanden geleden keerde ze voor het eerst terug naar Soedan, waar ze twee weken verbleef voor een project in Port Soedan, waar veel burgers naartoe zijn gevlucht. De situatie is er schrijnend: er is geen schoon drinkwater, geen werk en helemaal niets te doen.
'Pleisters plakken'
Jojanneke: "Het was heel mooi om terug te zijn, maar ook zwaar emotioneel en verdrietig. Je hart breekt als je ziet wat er allemaal kapot is, en dat een einde van het conflict nog steeds niet in zicht is. Het niveau van trauma en verdriet is vrij extreem."
CARE richt zich momenteel op langdurige ontwikkelingsprogramma's voor onderwijs, medische zorg en landbouw in Soedan. Jojanneke wijst op de noodzaak van deze hulp, maar spreekt verder van 'pleisters plakken' in afwachting van het moment waarop politici eindelijk met een echt duurzame oplossing komen voor de oorlog.

De omsingeling van El Obeid leidt intussen tot waarschuwingen van de VN en het Europees Parlement, dat zich vorige week voor het eerst expliciet uitsprak over de dubieuze rol van de Verenigde Arabische Emiraten in het conflict. Dat land levert geld en wapens aan de RSF, in ruil voor goud dat onder erbarmelijke omstandigheden wordt gewonnen in afgelegen Soedanese mijnen.

Op welk punt staat het conflict nu?
De oorlog in Soedan bevindt zich militair gezien in een patstelling, vertelt conflictexpert Guido Lanfranchi van Instituut Clingendael. De RSF en zijn bondgenoten hebben grote delen in het zuidwesten van het land veroverd. Het Soedanese leger (SAF) controleert grofweg het oosten en noorden.
Beide partijen proberen elkaar uiteen te drijven door nieuwe fronten te openen, zoals bij El Obeid en de zuidelijke regio Blue Nile. "Er is geen duidelijke winnaar, misschien heeft de SAF iets meer momentum", zegt Lanfranchi. "Maar de RSF heeft nog steeds de controle over heel Darfur. Het conflict is militair gezien nog lang niet beslecht."
De onderzoeker merkt op dat onlangs meerdere hooggeplaatste commandanten van de RSF zijn overgelopen naar de SAF. "Zij klaagden dat de macht binnen de RSF steeds meer geconcentreerd is geraakt tot de kleine kring rond RSF-leider Hemedti. De SAF is zeer actief in het verleiden van overlopers." Het idee is om de RSF zo van binnenuit te verzwakken.
In deze video vraagt de Soedanese vluchteling Fatima aandacht voor de oorlog:

