Holocaust-overlevende Irene Butter overleden, zag Anne Frank in Bergen-Belsen

De Joodse Butter werd in 1930 in Berlijn geboren. Haar gezin vluchtte in 1937 naar de Rivierenbuurt in Amsterdam, waar vier jaar eerder ook de familie van Anne Frank naartoe was verhuisd. Beide gezinnen waren gevlucht voor het groeiende antisemitisme en het naziregime in Duitsland.
Haar vader probeerde Ecuadoriaanse paspoorten te regelen om Nederland te ontvluchten. Maar die kwamen pas binnen toen het gezin in 1943 al was opgepakt en in doorgangskamp Westerbork zat.
Die Ecuadoriaanse paspoorten zouden Butter later wel redden. Vanuit Westerbork werd het gezin naar concentratiekamp Bergen-Belsen gebracht. Daar kwamen ze door hun buitenlandse paspoorten in een deel van het kamp terecht waar gevangenen iets minder slecht werden behandeld. De nazi's wilden Joden met zo'n buitenlands paspoort ruilen tegen krijgsgevangenen.
Ontmoeting met Anne Frank
Daar zei ze Anne Frank te hebben gezien. Ze vertelde in 2020 aan NRC: "Op een nacht in januari 1945 troonde mijn vriendin Hanneli me mee naar het prikkeldraad dat twee delen van kamp Bergen-Belsen scheidde. Aan onze kant had je de barakken, aan de andere kant alleen tenten. Aan het hek stond Anne Frank, een Amsterdams vriendinnetje van Hanneli."
Stiefzus van Anne Frank op 96-jarige leeftijd overleden
Volgens Butter had Anne alleen een deken om en vroeg ze of ze kleding voor haar hadden. Ze maakten een bundeltje dat ze de volgende nacht over de omheining gooiden, maar daar holde iemand anders mee weg.
Daarna zag ze Anne niet meer. Kort daarna werd het gezin geruild tegen Duitsers uit Palestina. Haar vader overleed door de ontberingen in het kamp tijdens de treinreis naar Zwitserland. Daar moesten haar moeder en broer in het ziekenhuis blijven en werd Butter naar een Algerijns vluchtelingenkamp gebracht. Anderhalf jaar later werd ze in New York herenigd met haar moeder en broer.
In de VS studeerde ze economie en werd ze hoogleraar aan de Universiteit van Michigan.
Sprak over gevaren onderdrukking
Decennialang sprak ze niet over haar verleden, totdat ze vanaf de jaren 80 de verantwoordelijkheid voelde om te waarschuwen voor het gevaar van onderdrukking van minderheden. Ze vertelde haar verhaal vaak aan studenten in de VS en Duitsland. In 2024 ontving ze daarvoor het Bundesverdienstkreuz van Duitsland.

