Plannen coalitie doorgerekend: koopkracht groeit minder, eigen risico naar 520 euro

Dat blijkt uit de doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Uiteindelijk blijft er nog wel een beetje koopkrachtgroei over. Een doorsnee huishouden zou er in de komende vier jaar 0,6 procent op vooruit gaan, als er niets aan het beleid zou veranderen. Dat daalt nu door de plannen van het kabinet-Jetten naar 0,2 procent.
Dat wordt vooral gevoeld door de lagere inkomens. Voor mensen die rond het minimumloon verdienen blijft er 0 procent koopkrachtgroei over. Voor de groep daar net boven gaat het om 0,1 procent. De hoogste inkomens gaan er 0,3 procent op vooruit.
Vrijheidsbijdrage heeft gevolgen
Dat de koopkracht voor iedereen lager uitpakt heeft vooral te maken met de zogenoemde 'vrijheidsbijdrage', een belastingverhoging om een deel van de hogere defensiekosten mee te dekken. Kort en goed komt dat erop neer dat de belastingschijven minder worden gecorrigeerd voor de inflatie, waardoor mensen eerder in een hogere belastingschijf terecht komen. Dan ga je dus meer belasting betalen.
De 'vrijheidsbijdrage': hoe jij meer belasting gaat betalen, zonder een hoger tarief
Voor lagere inkomens komt daar bovenop dat zij meer nadeel hebben van het verhogen van het eigen risico. Dat gaat van 385 euro nu, naar 460 euro volgend jaar. Daarna groeit het verder door naar 520 in 2030. Dat komt omdat lagere inkomens doorgaans meer zorg gebruiken. Verder daalt de zorgtoeslag wat.
Klimaat- en stikstofdoelen niet gehaald
Hoewel de beoogde plannen van de nieuwe coalitie zorgen voor minder uitstoot van broeikasgassen, zijn ze niet voldoende voor het halen van de klimaatdoelen in 2050. Hiervoor is aanvullend beleid nodig, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving.
Ook de eigen stikstofdoelen voor 2035 zijn nog niet binnen bereik. Door de voorgestelde subsidies krimpt de veestapel weliswaar, maar veel voorgenomen regelgeving moet nog worden uitgewerkt, waardoor effecten onzeker zijn, concludeert het PBL.
Opmerkelijk is ook dat de coalitie het, zoals er nu uit zien, niet aan zijn eigen doelstelling gaat voldoen om het begrotingstekort onder de 2 procent te houden. Het CPB becijfert dat het tekort aan het einde van de kabinetsperiode 2,2 procent bedraagt. Dat is overigens wel iets beter dan wat er werd geraamd op basis van het bestaande beleid van het kabinet-Schoof: dat zou uitkomen op -2,4 procent.
Enorme uitgaven aan defensie
Dat de overheid geld tekort komt, heeft voornamelijk te maken met de enorme extra uitgaven aan defensie: in deze kabinetsperiode stijgen die uitgaven al met 8,1 miljard euro, becijfert het CPB. Ook stijgen de overheidsuitgaven met 1,6 miljard en gaat er 1,1 miljard euro meer naar klimaat- en milieumaatregelen.
Daar staan ook forse bezuinigingen tegenover. Vooral op de zorg: daar gaat 7,9 miljard euro minder heen, vooral door het verhogen van het eigen risico. Ook de sociale zekerheid krijgt een tik: daar wordt 2,5 miljard euro op bezuinigd, doordat de WW verkort wordt en mensen minder snel WW-rechten opbouwen.
Coalitieakkoord: maximaal 1 jaar werkloosheidsuitkering, eigen risico naar 460 euro
Gezinnen gaan alles bij elkaar 4 miljard euro meer betalen per jaar aan de overheid. Dat heeft voornamelijk te maken met de eerder genoemde 'vrijheidsbijdrage'. Ook bedrijven krijgen een lastenverzwaring voor de kiezen, van 1,8 miljard euro.
Overheidsschuld loopt op
Het CPB heeft ook nog wat verder gekeken dan de komende kabinetsperiode, en dan zien vooral de overheidsfinanciën er niet best uit. Ook daar zijn de nog verder stijgende defensie-uitgaven om aan de nieuwe Navo-norm te voldoen de belangrijkste boosdoener.
Verder moet er heel veel geld naar woningbouw, klimaat en stikstof in de jaren 2031 tot 2040. De overheidsschuld loopt, zonder extra maatregelen, in 2060 op naar 137 procent van het bbp. Op dit moment is dat nog minder dan 50 procent.

