Frits Wester loopt 40 jaar rond op het Binnenhof: 'Het heeft me veel gebracht, maar ook veel gekost'

Frits, hoe kwam je in Den Haag terecht?
"Ik was 16 toen ik werd gevraagd voor het oprichten van een jongerenafdeling van het CDA in Alkmaar, waar ik woonde. Een vriend van mijn vader vroeg me daarvoor. Mijn eerste reactie was: daar heb ik helemaal geen zin in, politiek interesseert me helemaal niets. Sporten, brommers en meisjes vond ik een stuk interessanter. Omdat ik het sneu vond voor die man, ben ik toch gegaan. Toen ik terugkwam, was ik penningmeester van het CDJA in Alkmaar en omgeving."
Wester rolde daarna van de ene bestuursfunctie bij het CDA in de andere. "Ik vond het steeds interessanter en leuker. Je bent bezig met thema's die leven in de maatschappij."
Wester maakte kennis met de media en journalistiek toen hij een bijbaantje kreeg bij een radioprogramma voor jongeren van de TROS. De toen 18-jarige Wester vond het zo interessant dat hij op het laatste moment besloot, hoewel hij daar al was aangenomen, toch niet naar de Hogere Zeevaartschool op Terschelling te gaan. "Ik wilde het verder verkennen." Wester ging studeren aan de hts in Alkmaar en ging daarna werken op een reclamebureau.
"Ik wilde graag zien hoe het eraan toeging in Den Haag"
Door zijn netwerk – Wester zat door z'n ervaring inmiddels ook in het landelijke CDA-campagneteam – werd hij gevraagd in te vallen als chauffeur van de fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, Bert de Vries. "Zijn vaste chauffeur had een ongelukje gehad en kon twee weken niet autorijden. Ik wilde dat wel doen, want ik wilde graag met eigen ogen zien hoe het er in politiek Den Haag aan toeging."
Wester kletste tijdens die weken de prominente CDA'er de oren van het hoofd over politiek. Het leidde ertoe dat De Vries zo onder de indruk was van Wester, dat hij hem vroeg om zijn persvoorlichter te worden gedurende de CDA-campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1986.
Op 9 december 1985 begon de toen 23-jarige Wester aan zijn eerste werkdag aan het Binnenhof.

Het is even geleden Frits, hoe lagen de verhoudingen toen in Den Haag?
"Het was een totaal andere wereld. De samenleving was volledig verzuild. Of je was sociaaldemocraat, of je was christendemocraat, liberaal of communist. Je las de krant die daarbij hoorde, je keek naar de bijbehorende omroep en was lid van de bijbehorende vakbond. Het CDA had 54 zetels, de PvdA had er 52. En aan het Binnenhof was het stabiel en rustig."
Een groot verschil met nu, vindt de inmiddels 63-jarige politiek verslaggever. "Mensen accepteerden in die tijd sneller de maatregelen die werden genomen door hun politieke leiders. Mensen lieten zich niet leiden door stemwijzers of kieskompassen. Ze vonden dat een samenleving op een bepaalde manier moest worden ingericht en daarvoor deden ze wat nodig was."
Er speelde veel in die tijd, zoals de problemen rond de WAO, waar het derde kabinet-Lubbers (met PvdA-leider Wim Kok als minister van Financiën en vicepremier) iets aan moest doen. Toch was er een andere kwestie uit die tijd die veel indruk maakte op Wester. "Het Kamerdebat over gratie voor de zogeheten Twee van Breda was een van de boeiendste debatten in die periode." De Twee van Breda waren de laatste twee Duitse oorlogsmisdadigers die sinds de Tweede Wereldoorlog nog in Nederland gevangen zaten. Zij hadden inmiddels 44 jaar vastgezeten en waren hoogbejaard.
"Het was een emotioneel debat. De publieke tribune van de Tweede Kamer zat helemaal vol met oud-verzetsstrijders. En vanwege de hoge leeftijd van al die verzetsmensen waren er EHBO'ers aanwezig in de plenaire zaal.
"De emoties liepen zo hoog op dat een oud-verzetsstrijder zijn kunstbeen vanaf de tribune de zaal ingooide"
Het was een kwestie met sterke voor- en tegenstanders van gratieverlening. En dat was onafhankelijk van partijkleur – ook binnen partijen werd er compleet anders over gedacht, zegt Wester. "De PvdA had twee Kamerleden die het woord over de kwestie voerden, de één voor gratie en de ander tegen."
"De emoties liepen zelfs zo hoog op dat een oud-verzetsstrijder zijn kunstbeen vanaf de publieke tribune de plenaire zaal ingooide. Het was erg indrukwekkend."
Een Kamermeerderheid besloot de twee vrij te laten. Ze werden naar Duitsland uitgezet en zouden beiden nog hetzelfde jaar overlijden.
Je was nog erg jong?
"Ja, ik was aangenomen voor een halfjaar, maar ze wilden me houden en ik werd voorlichter. In 1990 kreeg ik de leiding en werd ik hoofd voorlichting van het CDA. Ik was 27 jaar oud. Als hoofd voorlichting zat ik, als jong broekie, elke week bij het bewindsliedenoverleg van het CDA in het Catshuis."
In die periode vond ook het opvolgingsdrama plaats over het leiderschap van het CDA, vertelt Wester.
"Aan het einde van die periode in 1994 was de grote verwijdering tussen CDA-leider Ruud Lubbers en zijn opvolger Elco Brinkman. Je voelde het ook wel aankomen, want met Lubbers was geen afspraak meer te maken. Lubbers was premier en Brinkman was voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Brinkman vond het kabinet te weinig daadkrachtig en riep in de mede door mij geschreven Texelse Rede het kabinet op om meer te doen. Dat wekte wrevel bij veel CDA-bewindslieden: ze vonden dat hij te veel afstand nam van het kabinet."
Brinkman en Wester deden dat omdat ze dachten dat kiezers een rechtser CDA wilden. "Dat bleek ook helemaal terecht, met de kennis van nu. In dat gat op rechts zou later onder meer Pim Fortuyn springen. Maar Brinkman en ik liepen volgens Lubbers te ver voor de troepen uit."
Lubbers zei tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 uiteindelijk niet te zullen stemmen op Brinkman – die lijsttrekker was en zijn opvolger – maar op de nummer drie op de CDA-kieslijst, Ernst Hirsch Ballin.
En dat was maar één van de vele zaken die in de CDA-verkiezingscampagne tegenzaten. Zo had het CDA in het verkiezingsprogramma geschreven dat het de AOW wilde bevriezen. Daardoor zou het basispensioen niet meer automatisch meestijgen met het minimumloon, en zouden ouderen koopkracht verliezen. "Dat was gewoon een dure fout", zegt Wester nu. "Ze hadden er helemaal niet over nagedacht."
"Kan een voorlichter wel journalist worden? Het leidde tot veel discussie en gedoe"
De verkiezingen verliepen desastreus voor het CDA. De partij verloor 20 zetels. Maar in het leven van Wester gebeurde iets groters. De dag voor de verkiezingen lekte uit dat Wester vertrok naar het RTL Nieuws, om daar chef van de Haagse redactie te worden. "Het beeld ontstond: Wester verlaat het zinkende schip. Maar dat klopte niet, het contract was al maanden daarvoor getekend. Ik wilde graag de journalistiek in."
Wester was daarvoor gevraagd door Harm Taselaar, toenmalig adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws. "Ik wilde het doen, maar ik wilde wel eerst de campagne afmaken. Dat vond ik wel zo sjiek. Op de avond van de verkiezingen zou het dan bekendgemaakt worden. Maar het lekte uit. Lubbers vertelde het na afloop van een interview met NRC Handelsblad."
Het nieuws viel niet goed. Niet in de laatste plaats bij sommige van zijn nieuwe collega's. "Kan een voorlichter wel journalist worden? Het leidde tot veel discussie en gedoe. Mijn journalistieke carrière begon stormachtig."
Wester hield zich het eerste jaar rustig. "Ik heb me behoorlijk gedeisd gehouden. Mijn echt grote journalistieke klus begon met de parlementaire enquête naar de IRT-affaire in 1995, als duider van het nieuws. Toen kwam ik veel in beeld." Dat bleef de jaren daarna, en toen Wester vanaf 1999 ook de vaste tafelgast werd bij de talkshow Barend en Van Dorp, werd hij een bekende Nederlander.

Waar ben je het meest trots op in je journalistieke carrière?
"Mijn leukste scoop is die van de verloving tussen Willem-Alexander en Máxima. Het was 2001 en er was in die periode al heel veel te doen over de vader van Máxima. Die was minister geweest tijdens de militaire dictatuur van generaal Videla. Tijdens dat bewind vielen duizenden doden en verdwenen veel mensen spoorloos. In Nederland leidde dat tot de vraag of er sowieso een verloving kon komen."
"Ik had die dag weinig te doen en dacht even een rondje te bellen over die kwestie. Maar wie ik ook belde, niemand nam z'n telefoon op. Niemand wilde met me praten. Dat was opmerkelijk. Ik belde de redactie in Hilversum en zei: ik denk dat er iets staat te gebeuren, want dit is zeer ongebruikelijk."
Wester ving op dat alle fractievoorzitters die dag op bezoek waren geweest bij premier Wim Kok. "Maar nog steeds kreeg ik niemand te pakken. Ik vermoedde dat het om de mogelijke verloving zou gaan."
"Ik ging de Tweede Kamer in en liep naar een fractievoorzitter. Die hoorde ik, toen ik bij de openstaande deur kwam, zeggen: Frits Wester weet het. Maar ik wist nog niks. Achteraf bleek dat diegene Wim Kok aan de lijn had. Ik liep naar binnen en vroeg: is de verloving rond? De ander antwoordde alleen maar: je bent een goede journalist. Ik vroeg: als ik het breng, word ik dan ontslagen? Weer zei de ander: je bent een goede journalist. Oké, zei ik, ik begrijp dat je niets wilt zeggen. Maar ik loop nu weg en als het echt niet klopt, fluit dan even. Ik liep weg en ik hoorde helemaal niets. Ik draaide me om en stak mijn hoofd om de deur. Daarop zei de ander: ik heb toch niet gefloten? Toen wist ik genoeg."
Wester besprak met Taselaar, inmiddels hoofdredacteur, dat hij het nieuws wilde brengen. "Hij zei: als je het zeker weet, dan moet je het nu gaan brengen, en anders staan we morgen samen aan de tickertape, verwijzend naar de journalistieke degradatie die op de loer lag."
Wester vertelde het nieuws direct bij de opening van de nieuwsuitzending. Het sloeg in als een bom. Na de nieuwsuitzending liepen de redactieleden gezamenlijk naar perscentrum Nieuwspoort om een hapje te eten. "Het was helemaal leeg, maar de tafels stonden nog vol met halfvolle glazen en borden. Iedere journalist was weggestormd naar z'n eigen redactie om het nieuws over de verloving te brengen. De volgende dag was de aankondiging van de verloving. Ik hoorde dat Beatrix woest was dat het was uitgelekt."
"Ik moest na die aankondiging even tot mezelf komen. Ik kende Fortuyn persoonlijk goed"
Een ander memorabel moment in de journalistieke loopbaan van Wester was de moord op Pim Fortuyn. "Ik kende hem goed. Op 6 mei 2002 brak het nieuws dat Fortuyn was neergeschoten en werd direct een rechtstreekse uitzending begonnen. Nog tijdens de uitzending kreeg ik een sms'je dat Fortuyn dood was en er een halfuur later een persconferentie zou worden gehouden. Ik zei tegen de regisseur dat ik de live uitzending in wilde. Daar vertelde ik dat Fortuyn was overleden aan zijn verwondingen."
Het nieuws raakte Wester. "Ik moest na die aankondiging even tot mezelf komen. Ik kende Fortuyn persoonlijk goed."
Waar Wester nog steeds mee wordt geassocieerd, is de Miljoenennota, waar de Haagse redactie van RTL Nieuws verschillende keren de hand op wist te leggen. "Het is ons verschillende keren gelukt, maar de eerste keer blijft de leukste. 'We've got him!' Dat was heel opzienbarend."
Hoe kreeg je zoiets voor elkaar?
"Door veel met mensen te praten. En dan iemand vinden die het hele systeem van besluitvorming rond de Miljoenennota en de bekendmaking ervan, ook onzinnig vindt. Die zei: hier heb je hem." Het lukte nog een paar keer. Het deed toenmalig premier Jan Peter Balkenende tegen Wester vertellen dat het hem niet opnieuw zou lukken.
"Dat moet je natuurlijk niet zeggen. Toen hadden we hem wéér, voordat hij openbaar werd."
Je werk heeft je veel gebracht. Maar je had wel een drankprobleem.
"Deze veertig jaar aan het Binnenhof zijn fantastisch geweest. Het heeft me veel gebracht. Ik deed en doe het met heel veel plezier. Politiek gaat om de samenleving. En dus is ons werk belangrijk. Ik blijf het uitdagend en mooi vinden om aan kijkers uit te leggen wat er gebeurt en wat het voor ze betekent. Maar het heeft mij, en m'n gezin, privé ook veel gekost. Want ik werkte 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik heb veel gemist, van mijn gezin en mijn familie."
Wester is gescheiden en heeft twee – inmiddels volwassen – zonen.

"Het was een manier van leven die je opslokte. Dat ging ook over alcohol. Die hele cultuur, dat rondhangen in perscentrum Nieuwspoort, leidde tot onmatigheid. Het was een ongezond leven met te veel alcohol. Dat zorgde er ook voor dat ik mezelf zes jaar gelden fors heb moeten resetten", verwijst Wester naar zijn tijd in een kliniek in Zuid-Afrika. "Sindsdien zoek ik mijn ontspanning weer in de sportschool in plaats van in het café."
"Daardoor heb ik ook die veertig jaar gehaald. En ik hoop nog een aantal jaren fit en enthousiast door te gaan."
Wat is er in die veertig jaar veranderd in Den Haag?
"Het is minder gemoedelijk geworden. Er zijn bijvoorbeeld veel meer woordvoerders en voorlichters bij gekomen. Elke minister en staatssecretaris heeft er een paar – vroeger 'deed' de directeur voorlichting van een ministerie de minister, en deed z'n plaatsvervanger de woordvoering voor de staatssecretaris. Elke partij in de Tweede Kamer heeft nu een legertje aan voorlichters."
En niet alleen aan die kant is het drukker geworden. "Vroeger had je een paar journalistieke gezichten in Den Haag: Kees Lunshof van De Telegraaf, Willem Breedveld van Trouw, Ferry Mingelen en Job Frieszo van de NOS en ikzelf. Nu zijn er veel meer journalisten. Tegelijkertijd lijkt het verloop onder Tweede Kamerleden én journalisten in Den Haag veel groter."
"Het is gehaaster geworden. Vroeger had je tijd om ergens over na te denken. Sociale media spelen daarbij een rol, maar ook het nieuws dat altijd direct tot je beschikking staat via je telefoon. En de concurrentie. Het lijkt vluchtiger. Vroeger was het ook scherp, maar in de oude Tweede Kamer was het gemoedelijker. Overzichtelijker."
