Kabinet wil meer statushouders en kansrijke asielzoekers aan het werk helpen

Zo moet deze groep al tijdens de asielfase en tijdens de inburgering kunnen werken. Ook moeten nieuwkomers met relevante werkervaring en opleiding snel aan de slag kunnen in tekortsectoren, zoals de bouw en de zorg.
"Nieuwkomers hebben talenten. Zij kunnen én willen werken. Het is een gemiste kans dat zoveel mensen geen baan hebben. Daar moeten we verandering in brengen. Want wie werkt, draagt bij en doet mee aan onze samenleving."
Asielzoeker mag sneller aan het werk, maar alleen als kans op verblijfsvergunning groot is
De arbeidsparticipatie van statushouders blijft al jaren fors achter bij die van de rest van de beroepsbevolking. Van de statushouders die in 2021 een verblijfsvergunning kregen, heeft na twee jaar slechts 21 procent een baan. Pas na enkele jaren loopt dat op tot 57 procent.
Werken naast inburgering
De minister wil daarom dat werk centraal komt te staan tijdens de inburgering. Onder meer door meer ruimte te creëren naast de inburgeringslessen, waardoor mensen vier dagen per week kunnen werken. Ook komt er een traject om relevante werkervaring en opleidingen vanuit het land van herkomst aan de Nederlandse maatstaven te laten voldoen.
Daarnaast moet er meer mogelijk zijn om te werken als iemand in de asielopvang zit. Een nieuwkomer zit tot wel drie jaar in de opvang voordat deze zich vestigt in een gemeente. Het kabinet wil dat nieuwkomers in die eerste periode de Nederlandse taal leren en, zodra dit mag, op zoek gaan naar een baan.


