Politie heeft nog geen Feyenoord-aanhanger aangehouden na vuurpijlen afsteken in Leeuwarden

Tijdens de uitwedstrijd van afgelopen zondag gooiden fans van Feyenoord vuurwerk naar supporters van de club uit Leeuwarden, waarbij zeven mensen gewond raakten. De keeper van Feyenoord kon net aan een vuurpijl ontkomen.
Aan de hand van beelden wil de politie achter de identiteit van de daders proberen te komen. Vooralsnog is dat niet gelukt.
'Papa, ik wil nooit meer naar Cambuur': Leonard (6) stond doodsangsten uit door vuurwerk Feyenoord
Feyenoord neemt geen supporters mee naar de komende uitduels met NEC en PEC Zwolle. Deze beslissing komt na het veelbesproken en 'volslagen onacceptabele vuurwerkincident' in Leeuwarden van afgelopen zondag, schrijft de club in een verklaring.
Volgens de regels van de KNVB wordt een wedstrijd definitief gestaakt als spelers of officials door vuurwerk zijn geraakt. "We moesten dus even kijken of er een speler is geraakt", zo legde scheidsrechter Danny Makkelie uit tegen ESPN. "Maar dat is niet het geval. (...) Volgens het protocol wordt een wedstrijd daarvoor niet gestaakt. Hoe erg het ook is dat ze zijn geraakt. Maar dit is zo afgesproken."
Bivakmutsen
Makkelie zocht contact met de KNVB en de lokale driehoek van Leeuwarden. Daarna besloot hij het duel te hervatten. "Volgens de regels moeten de daders eerst aangehouden worden", zei de scheidsrechter. "Maar dat is helaas niet te doen nu. Ze hadden bivakmutsen op en er was veel rook."
Feyenoord neemt geen fans mee naar komende uitwedstrijden na gewonden door vuurwerk tegen Cambuur
Het ging mis in de twaalfde minuut. Het uitvak zat vol met ruim 700 Feyenoord-fans. Een grote groep zette bivakmutsen op en begon fakkels en vuurpijlen af te steken. Het was zo veel, dat het chaotisch werd. Er was veel rookontwikkeling en pijlen belandden op het veld en in het naastgelegen vak met Cambuur-supporters.
Zeven fans van de thuisclub raakten gewond. Ze hebben brandwonden, gehoorschade en oogletsel.
Dit is het verhaal van Leonard (6), die doodsbang was op de tribune:


