Laden

RTL Nieuws

Familie Joods echtpaar eist Picasso van 200 miljoen dollar terug

RTL Nieuws··Aangepast: 
Om uit handen van de nazi's te blijven, verkocht een Joods echtpaar uit Duitsland een schilderij van de wereldberoemde schilder Pablo Picasso. Nu eisen familieleden het schilderij, dat tot 200 miljoen dollar waard is, terug van het Guggenheim Museum in New York.   Maak RTL je Google-favoriet
© ANPFamilie Joods echtpaar eist Picasso van 200 miljoen dollar terug
Schilderij van Pablo Picasso uit 1914, getiteld La Repasseuse.

Karl en Rosi Adler verkochten La repasseuse (De strijkende vrouw) in 1938 of 1939 voor het veel te lage bedrag van 1.552 dollar aan een kunsthandelaar. Het Guggenheim heeft het werk sinds eind jaren zeventig in bezit, toen liet de kunsthandelaar het na zijn dood aan het museum na.  

Karl Adler was een rijke zakenman. Volgens de New York Post betogen zijn familieleden in de aanklacht dat als de Jodenvervolging er niet was geweest, Adler dat kunstwerk destijds nooit zou hebben verkocht – en zeker niet voor dat bedrag. Ze stellen dat het kunstwerk daarom onterecht in handen is van het Guggenheim en dat het teruggeven moet worden, of dat de huidige waarde ervan aan de erfgenamen moet worden vergoed.

© ANPSchilderij van Pablo Picasso uit 1914, getiteld 'La Repasseuse'.
Schilderij van Pablo Picasso uit 1914, getiteld 'La Repasseuse'.

Het Guggenheim wil het kunstwerk volgens de New York Post niet teruggeven en verdedigt zich door te zeggen dat in de jaren zeventig al onderzoek gedaan is naar de herkomst van het schilderij, met de conclusie dat het in orde was. Daarbij zou ook contact zijn geweest met de zoon van het echtpaar. 

Rosi Adler stierf in 1946 in Buenos Aires op 68-jarige leeftijd, Karl Adler werd 85 en stierf in 1957 in Duitsland. 

Lees ook

Onderzoek naar door nazi's geroofde kunst in Eerste en Tweede Kamer

Ook een vorm van roofkunst

Het schilderij is dan wel niet direct door de nazi's afgepakt of gestolen, toch is dit ook een vorm van roofkunst, legt kunsthistoricus Rudi Ekkart uit. Hij leidde grote Nederlandse onderzoeken naar roofkunst.

"We noemen dit 'verkoop onder dwang van omstandigheden', en dat erfgenamen met dat argument een schilderij terugvragen, is bepaald geen zeldzaam verschijnsel in de afgelopen vijftien jaar. Dat Joodse families in de oorlog kunst moesten verkopen om te overleven, en niet altijd tegen de best mogelijke prijs, dat is in het algemeen een steekhoudende verklaring."

Voor vluchten was veel geld nodig omdat er valse paspoorten moesten worden verkocht of een onderduikadres moest worden verkregen, vertelt Ekkart. In de Verenigde Staten wordt dit soort claims door de rechtbank over het algemeen heel serieus genomen, weet hij. "Al betekent dat niet dat musea altijd even gewillig zijn. We moeten zien hoe dit afloopt, dit kan zo jaren duren."

Deel artikel