Laden

RTL Nieuws

Geen zin in strijd voeren met je kind over smartphone? 'Doe dat juist wel!'

RTL Nieuws··Aangepast: 
Om kinderen te beschermen tegen de gevaren van de digitale wereld en sociale media, moeten ouders al in een vroeg stadium het gesprek daarover aangaan. Dat adviseert het ministerie van Economische Zaken in de campagne Blijf in Beeld. Volgens staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) draait die niet om verbieden, maar om begeleiden.Maak RTL je Google-favoriet
© ANP / Jeffrey GroenewegGeen zin in strijd voeren met je kind over smartphone? 'Doe dat juist wel!'

Kinderen krijgen gemiddeld op 10-jarige leeftijd hun eerste smartphone, meldt het ministerie. Een peiling onder kinderen tussen de 10 en 15 jaar wijst uit dat de helft weleens berichten ziet die 'bang of verdrietig maken', vooral op Snapchat en TikTok. Maar veel kinderen durven daar vervolgens thuis niet over te praten, uit schaamte of uit angst voor een boze reactie.

Kinderen zwijgen liever

Marije Lagendijk, die als mediapedagoog ouders begeleidt bij de online opvoeding van hun kinderen, weet waarom: "Voor een kind is er weinig erger dan het vooruitzicht dat je mobiele telefoon wordt afgepakt. Dus als ze schokkende dingen zien of in contact komen met mensen die slechte bedoelingen hebben, dan zwijgen ze daar vaak over."

Op die manier drijven ouders en kinderen steeds iets verder uit elkaar wat betreft het toezicht op het online leven van kinderen. "Met alle risico's van dien."

Vandaag blaast de overheid daarom de campagne Blijf in Beeld nieuw leven in, nadat die vorig jaar al gelanceerd was. Daarin worden ouders aangespoord de dialoog met kinderen aan te gaan over het gebruik van smartphones. En daar moet je volgens staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) vroeg mee beginnen: dan 'is het makkelijker om samen afspraken te maken en ook op latere leeftijd in gesprek te blijven'.

In deze video laten we zien wat kan helpen bij het wegleggen van de telefoon. De tekst gaat daarna verder.

In deze video laten we zien wat kan helpen bij het wegleggen van de telefoon. De tekst gaat daarna verder.

De campagne draait volgens haar niet om verbieden, maar om begeleiden. "Smartphones en sociale media bieden kinderen veel kansen, maar brengen ook risico's met zich mee, zoals online pesten, verslaving en het zien van schokkende beelden."

Voor zo'n gesprek is het nooit te vroeg, vindt ook Lagendijk. "Ik vergelijk het weleens met zwemmen: je gooit je kind niet in het diepe, maar je blijft erbij. Hetzelfde met filmpjes als ze een peuter zijn: je blijft erbij, je kijkt mee, je vraagt aan ze of ze het eng vinden. Ook met de online opvoeding moet je erbij blijven."

'Voer de strijd met je kinderen'

Als het op sociale media aankomt, vatten veel ouders de begeleiding een stuk losser op, volgens de pedagoog. "Als ik in een zaal van 50 mensen vraag wie op regelmatige basis inhoudelijk praat met de kinderen over wat ze online gedaan en gezien hebben, gaan er maar een paar handen omhoog."

Dat komt voor een deel doordat veel ouders weinig kennis hebben van sociale media. En áls ze er zelf wel op zitten, dan leven ze vaak 'in een totaal andere digitale wereld' dan hun kinderen. "Kinderen lopen risico op plekken als Snapchat, TikTok en in chatrooms van games, maar daar komen hun ouders helemaal niet. Als je daar niet over praat, gaan ze denken dat het normaal is, dat het erbij hoort."

Een andere verklaring: als je kinderen dreigt te beperken in hun gebruik van de smartphone, levert dat onherroepelijk spanning op. Veel ouders gaan die confrontatie volgens haar uit de weg. "Veel ouders geven hun kind te jong toegang tot bijvoorbeeld Snapchat, omdat ze geen zin hebben in de strijd. Maar die strijd moet je juist voeren. Daar is toch niets op tegen? Met de bedtijd of snoep stel je wel grenzen. Regels afspreken rond de smartphone is niet anders."

Lees ook

Arnhem als eerste Nederlandse stad tegen smartphone voor kinderen: 'Er zijn te veel nadelen'

Op de campagnesite is onder meer een 'afsprakenkaart' te downloaden, waarop ouders en kinderen afspreken waar en wanneer de smartphone wel of niet gebruikt wordt, wat kinderen online wel of niet delen en hoeveel minuten per dag het toestel gebruikt mag worden. Daarnaast staan er 'gespreksstarters' op, zoals: wanneer vraag je hulp als er iets vervelends gebeurt online?

Contact leggen in de echte wereld

Voor een grote groep ouders kunnen zulke handvatten behulpzaam zijn, denkt Lagendijk. "Het helpt om in gesprek te blijven met je kind. Stel dat er dan problemen ontstaan, kun je helpen die op te lossen. Het opent ook het gesprek op een breder platform: je kunt er met andere ouders gemakkelijker over praten."

Dat laatste, de kracht van de verzamelde ouders, is een belangrijk speerpunt voor Danielle Batist. Zij is medeoprichter van de ouderbeweging Smartphonevrij Opgroeien. Inmiddels hebben zich bij haar beweging tienduizenden ouders aangesloten, zegt ze. Het doel: samen met andere oudere afspreken om kinderen tot hun 14de laten opgroeien zonder smartphone, en tot hun 16de zonder sociale media. Dat 'ouderpact' is door de ouders van 76.000 kinderen getekend. Op drie kwart van de basisscholen in Nederland zitten kinderen van wie de ouders dat pact hebben getekend.

Het moeilijke, legt ze uit, is kinderen als enige van hun klas of vriendengroep een smartphone ontzeggen. "Maar als er in een klas een stuk of zeven kinderen zonder zo'n toestel zitten, dan wordt het makkelijker. Dan merk je dat ze daarin meegaan en andere dingen doen met hun tijd: contact leggen in de echte wereld, sporten, lezen."

Esmee zat 16 uur per dag te scrollen op haar telefoon, nu zet ze zich in om andere jongeren bewust te maken van een telefoonverslaving.

Dat wil niet zeggen dat de kinderen zonder technologie moeten leven, benadrukt ze. Via computers en beltelefoons kunnen ze normaal deelnemen aan het sociale en digitale leven. "Je kunt je kind op een computer heel goed wegwijs maken op internet."

Batist noemt het 'vanzelfsprekend' dat het verstandig is om kinderen te begeleiden in hun digitale leven, zoals de overheidscampagne voorstaat, maar vindt die intentie onvoldoende om kinderen te beschermen. "Het is de laatste jaren meer dan duidelijk geworden dat sociale media zo ontworpen zijn dat een kinderbrein ze bijna niet aankan. Twee jaar geleden was de vraag: wat is het probleem? Dat is nu overduidelijk. De vraag is nu: hoe lossen we het op?"

Deel artikel