Verdere verhoging verkeersboetes stuit op verzet Raad van State

Verkeersboetes zijn sinds 1994 met ruim 220 procent gestegen, benadrukt de Raad. De kosten van levensonderhoud zijn in diezelfde periode met 70 procent gestegen. De verkeersboetes zijn dus ruim drie keer zo hard gestegen. Dat staat niet in verhouding tot elkaar, vindt de Raad van State.
'Niet proportioneel'
De Raad stelt ook dat de minister zijn keus beter moet onderbouwen. Het kabinet zou niet voldoende aantonen waarom de voorgestelde verhoging 'noodzakelijk, evenredig en proportioneel' is.
Uit een eerder rapport van het Openbaar Ministerie bleek al dat verkeersboetes de afgelopen jaren veel harder zijn gestegen dan boetes voor andere strafbare feiten. Zo kan een parkeerboete voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats (440 euro) hoger uitvallen dan de boete voor een eenvoudige mishandeling: een 'droge klap' wordt bestraft met 400 euro.
Meerdere verkeersboetes verlaagd: verhogingen waren 'onterecht en onredelijk'
Afgelopen zomer verlaagden rechters in meerdere rechtszaken verkeersboetes vanwege scheefgroei tussen 'verkeersboetes en andere boetes'. In de vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland staat dat het Rijk de boetebedragen in 2024 en 2025 ten onrechte verhoogd had, daarom zijn de bedragen verlaagd naar het niveau van 2023.
Gat in de begroting
Een manier om de balans te herstellen is door deze boetes niet te laten meestijgen met de inflatie, schrijft de Raad van State. Maar opeenvolgende kabinetten besloten dat niet te doen. Dat heeft ermee te maken dat er anders een gat in de begroting ontstaat van het ministerie van Justitie. Dat vindt de Raad geen goed argument, omdat het doel van boetes is om te straffen en niet om de financiën rond te krijgen.

