Laden

RTL Nieuws

Onderzoek: Oranjes steunden eeuwenlang kolonialisme 'met overtuiging'

RTL Nieuws··Aangepast: 
Het Huis Oranje-Nassau heeft in het verleden 'met overtuiging en zonder veel bedenkingen' een rol gespeeld in de koloniale geschiedenis van Nederland. Dat is de conclusie van een groot onderzoek naar de rol van de Oranjes in de geschiedenis. Dat geldt uitdrukkelijk ook voor hun opvattingen over de slavernij.Maak RTL je Google-favoriet
© ANP Onderzoek: Oranjes steunden eeuwenlang kolonialisme 'met overtuiging'
Koning Willem-Alexander bij de presentatie

Vanochtend zijn de resultaten bekendgemaakt van het onderzoek, waar koning Willem-Alexander zelf in 2022 opdracht toe gaf. De Universiteit Leiden kreeg de opdracht, en onder leiding van hoofdonderzoeker prof. dr. Gert Oostindie hebben ongeveer 60 onderzoekers eraan gewerkt.

576 miljoen euro

Het Huis Oranje-Nassau heeft omgerekend bijna 576 miljoen euro verdiend aan de koloniale geschiedenis. Vrijwel al dit geld, een kleine 566 miljoen, kwam uit het voormalige Nederlands-Indië, blijkt uit de studie.

Het onafhankelijk onderzoek nam drie jaar in beslag en gaat over de periode van de late zestiende eeuw tot het postkoloniale heden. Koning Willem-Alexander noemt de bevindingen 'onverbloemd en indringend'. 

Hij zegt dat het onderzoek nodig was om het koloniale verleden onder ogen te zien. Een uitgebreidere reactie staat onderaan dit artikel.

Hieronder spreekt de koning de zaal toe en reageert hij op de bevindingen van het onderzoek. "Zonder erkenning van wat er is gebeurd, kunnen we niet verder."

Oostindie schrijft in z'n conclusie: "Het Nederlandse kolonialisme was belangrijker voor het Huis Oranje-Nassau dan het Huis Oranje-Nassau dat was voor het Nederlandse kolonialisme."

De betrokkenheid van de Oranjes was slechts bij uitzondering bepalend voor het Nederlandse kolonialisme. "Kort gezegd: zonder de Oranjes was Nederland ook wel een koloniale mogendheid geworden, daar waren geen stadhouders of koningshuis voor nodig."

Willem I 'belangrijke uitzondering'

In de 17de en 18de eeuw hadden de stadhouders van Oranje-Nassau slechts zeer beperkte macht in koloniale zaken. De Staten-Generaal, de bestuurders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (voc), de West-Indische Compagnie (wic), de Sociëteit van Suriname en de Sociëteit van Berbice en de Amfioen Sociëteit hadden het voor het zeggen. Geen van de stadhouders heeft geprobeerd het koloniaal bestuur naar zich toe te trekken.

Koning Willem I is de enige, maar zeer belangrijke uitzondering. Hij had wél het exclusieve recht om het koloniaal bestuur te bepalen en hij maakte daar volop gebruik van. Zo richtte hij de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) op, die het winstgevende cultuurstelsel introduceerde. Zijn regeerperiode was van beslissend belang voor de ontwikkeling van het Nederlandse kolonialisme.

© ANP Een aantal boeken over het onderzoek.
Een aantal boeken over het onderzoek.

Koning Willem II had dezelfde bevoegdheden als zijn vader, maar maakte daar nauwelijks gebruik van. Vanaf 1848 werd het koloniaal beleid steeds meer een zaak van het parlement, het koningshuis kreeg daarin gaandeweg minder zeggenschap. 

Oostindie: "De medeverantwoordelijkheid van het Huis Oranje-Nassau voor het Nederlandse kolonialisme, met inbegrip van de slavernij, is evident. Alle stadhouders, koningen en koninginnen tot en met Wilhelmina waren overtuigd van de legitimiteit van het kolonialisme en het belang ervan voor Nederland."

© ANP Portret van koning Willem I
Portret van koning Willem I

Koloniale oorlogvoering werd als onvermijdelijk en gerechtvaardigd gezien. De stadhouders en koning Willem I gaven geen blijk van bezwaren tegen handel in slaafgemaakten of slavernij. Willem II en Willem III dachten daar wat anders over, maar gaven geen steun aan de afschaffing ervan.

Witte superioriteit

Er zijn in de schriftelijke bronnen vrijwel geen expliciet racistische uitspraken te vinden van stadhouders, koningen en koninginnen. Maar ze gaven wel steun aan een koloniaal beleid dat was gebaseerd op het uitgangspunt van Europese, witte superioriteit.

Dit veranderde vanaf Juliana langzamerhand in ongemak over het kolonialisme en de rol van de Oranjes in de koloniale geschiedenis. "Juliana, Beatrix en Willem-Alexander ontwikkelden wel een uitgesproken engagement met de overgebleven delen van het voormalige imperium en met de postkoloniale gemeenschappen in Nederland", besluit Oostindie.

Koning: 'Conclusie raakt me'

Koning Willem-Alexander noemt de bevindingen 'onverbloemd en indringend'. "Het waren toentertijd de heersende opvattingen, in Nederland en in heel Europa. Maar dit doet niets af aan de constatering dat 'tegendraads leiderschap' ontbrak, waar dat wellicht wel verschil had kunnen maken. Dat is een schrijnende en confronterende conclusie.", zei hij. "Een conclusie die me raakt, ook al ben ik van drie generaties later."

De koning omarmt de resultaten van het onderzoek. "Voor mij is uw werk geen afronding, maar een aansporing. Ik kan het verleden niet veranderen. Maar ik kan wel naar beste kunnen een positieve bijdrage leveren aan het heden en aan de toekomst."

Willem-Alexander beloofde nog maar eens 'de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen te beschermen'.

Lees ook

Koning Willem-Alexander bekrachtigt in Suriname excuses voor slavernij, nazaten vergeven hem

Deel artikel