Japan blijkt 'nest voor Russische spionnen' die technologie willen stelen

Maksim Filtsjenkov werkt in Tokyo voor het kantoor van de Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot. Maar vanuit zijn kantoor regelt hij dat felbegeerde technologie naar Rusland komt, zoals microchips die Moskou eigenlijk niet mag hebben vanwege internationale sancties.
Dat blijkt uit onderzoek van The New York Times. De krant noemt Japan 'de grootste exporteur van de gevoelige dual-use technologie waar het Kremlin naar op zoek is'. 'Dual-use' wil zeggen dat de onderdelen voor vreedzame doelen kunnen worden gebruikt, maar ook in wapens terecht kunnen komen, zoals microchips.
Russische dienst hackte camera's langs militaire routes in Nederland
Filtsjenkov werkt voor de Russische militaire inlichtingendienst (ook bekend als de GROe). Onderzoekers van het Russische medium The Insider hebben bevestigd dat hij in Rusland stond ingeschreven in een studentenflat van de opleiding van de GROe.
Smokkel op grote schaal
"Smokkelaars hoeven die apparatuur niet rechtstreeks naar Rusland te brengen; ze hoeven die alleen maar naar een land te brengen dat bereid is het aan Rusland te verkopen", schrijft The New York Times. "De belangrijkste bestemming voor gevoelige technologie uit Japan is bijvoorbeeld Vietnam, dat op zijn beurt de grootste exporteur van gevoelige technologie naar Rusland is."
Het gaat om een groot aantal onderdelen, van bekende fabrikanten zoals Panasonic en Toshiba. Er is geen bewijs dat de bedrijven hun producten willens en wetens aan Rusland verkochten. De Oekraïense overheid zegt dat 90 procent van alle Russische drones en raketten componenten bevatten die uit Japan komen.
Japanse media meldden in 2022 al dat er zo'n 120 Russische inlichtingenofficiers in het land actief waren, en dat ze hun focus hadden gericht op technologiebedrijven.
Spionage en sabotage: dit weten we over de Russische geheime dienst GUGI
De afgelopen decennia deed Japan relatief weinig om spionage tegen te gaan. "Deze situatie is grotendeels toe te schrijven aan twee historische factoren", schrijft Yoshiki Kobayashi van de denktank Japan Institute for International Affairs.
Veel Japanners hadden na het einde van de Tweede Wereldoorlog een afkeer van sterke inlichtingendiensten, schrijft Kobayashi, vanwege 'herinneringen aan onderdrukking in oorlogstijd en de inperking van burgerlijke vrijheden'. Daarnaast leunde het land steeds op de Verenigde Staten als doorgeefluik van informatie.
Wakker geschud
Japan zag weinig noodzaak om te investeren in inlichtingen en om spionage van andere landen te bestrijden. Maar inmiddels verandert dat: premier Sanae Takaichi benadrukt dat er grote geopolitieke dreigingen spelen in de wereld, en dat Japan alerter moet zijn.
Een woordvoerder van de regering erkende deze week een 'toenemende noodzaak om buitenlandse inlichtingenactiviteiten tegen te gaan', omdat de nationale veiligheid van Japan wordt bedreigd.
Japan steunt Oekraïne de laatste jaren steeds nadrukkelijker. De afgelopen jaren bood het land vooral humanitaire noodhulp, en het doet ook mee met economische sancties tegen Rusland.
Nederland traint met straaljagers en een tanker in Japan, een militaire oefening waar ook Amerika aan meedoet. Maar hoe lang kunnen landen nog rekenen op de VS? In deze video vertelt correspondent Thom Schelstraete daar meer over:


