Zo probeert deze Zeeuwse boer zijn oogst van de droogte te redden

Zijn boerderij in Colijnsplaat ligt op nog geen 1,5 kilometer van zee en is omringd door een kreek en sloten. Toch dreigt een deel van de oogst van boer Eelco Boot te mislukken door droogte. Op zijn land teelt hij vooral aardappelen en uien, gewassen die veel water nodig hebben.
Hij trekt een aardappelplant uit de grond op een deel van het land waar hij niet extra irrigeert. "Kijk, deze aardappelen zijn veel te klein. Je wilt van zo'n plant eigenlijk tien tot twaalf aardappelen in een goede maat. Bijna niemand wil dit kopen, zeker de frietindustrie niet."
Droge sloten
De sloten ernaast staan nagenoeg droog. En zelfs als er water in staat, heeft hij er door verzilting niets aan. "Het water in die sloten is zout."
Hij moet het dus van regen hebben. Maar die valt er de laatste jaren amper. Dat is ook te zien op de droogtemonitor van het KNMI hieronder, die het huidige neerslagtekort in ons land laat zien:

Om de oogst te redden, liet hij in juli twintig vrachtwagens met ieder 36 kuub zoet water aanrukken uit het Volkerakmeer. Dat ging in een bassin van 15.000 kubieke meter dat hij in 2024 aan heeft laten leggen.
Het bassin is bijna 4 meter hoog en 100 meter lang. "Tien jaar geleden had ik nooit gedacht we dit hier zouden hebben. Maar de droge zomers zijn geen uitzondering meer, dus we moesten wel. In het bassin slaan we ook het regenwater uit herfst en winter op. Idealiter heb ik dan genoeg, maar het was een hele droge winter."
Proefboerderij
De boerderij van Boot is een proefboerderij. Dat is een plek waar samen met wetenschappers onderzoek wordt gedaan om zo tot betere teeltmethodes te komen.
Daar krijgt hij subsidie voor, maar verder moet hij door de verkoop van zijn gewassen zelf de broek ophouden.
Boeren en drinkwaterbedrijven voelen gevolgen van verzilting
Druppelirrigatie
Vanaf het bassin lopen buizen naar een deel van zijn akker. Hij graaft in een veld met aardappelplanten wat zand opzij. Een platte slang wordt zichtbaar. Langzaam druppelt er water door de gaatjes in de slang.
De plantjes die hier staan, zijn nog fris groen. "Als je het land gaat besproeien met een kanon, is die 15.000 kuub zo op. Met ons systeem van druppelirrigatie verdampt er niets. En het water komt meteen op de plek waar de wortels zitten."

Andere gewassen
"Dit zijn prachtige aardappels in wording. Alleen dit irrigatiesysteem heeft wel als nadeel dat de slangen maar één seizoen meegaan. Je kan ook niet oogsten zonder de slangen eruit te halen."
Volgens Boot zijn er meerdere manieren om te blijven boeren. Zeeland was tien jaar geleden de grootste uienprovincie van Nederland. Maar zaaiuien hebben veel water nodig. "Sommige boeren zijn daarom overgestapt op bijvoorbeeld graan."
Aardappelboeren hebben al veel aangepast, vertelt hij. Bintje, een aardappelgewas waar veel Nederlanders groot mee zijn geworden, wordt vrijwel geen enkele boer meer geteeld. "Die soort kan absoluut niet tegen droogte. Tegenwoordig kiezen boeren voor andere rassen die beter tegen droogte kunnen."
Veredeling
Die rassen worden ook steeds verbeterd. "Veredelingsbedrijven werken door kruisingen aan nieuwe soorten die nog beter tegen de droogte kunnen."
Als proefboerderij helpt Boot ze daarbij. Zijn akker is onderverdeeld in kleine velden met proefgewassen. Op sommige plekken staan sensoren in de grond waarmee vochtigheid en zoutgehalte worden gemeten.
Het is trial-and-error. Sommige rassen deden het minder goed dan gehoopt. "Het veredelen van een ras duurt pakweg 15 jaar. Het is dus een traag proces om de beste aardappel voor drogere teeltomstandigheden te creëren, die ook populair is bij klanten."
Intussen blijft het strijden tegen de droogte. Momenteel hebben drie boerderijen op Noord-Beveland een waterbassin.
Acht bassins erbij
"Deze zomer worden er acht bassins aangelegd. En als het niet regent en je moet zo'n bassin laten vullen met water, dan kost dat duizenden euro's. Maar het is - afhankelijk van de aardappelprijs - beter dan een mislukte oogst."
Hij kijkt ook naar verschuiving van het zaai- en plantseizoen. Nu gaan bijvoorbeeld de meeste uien in april de grond in, die worden dan in september geoogst.
"We testen sinds vorig jaar met een winterui die we in september zaaien en in juni oogsten, dus voordat de grootste hitte komt. Het is lastig, uien kunnen niet goed tegen vorst. In een natte winter gaan ze misschien dood. Maar je moet iets proberen. Soms stoot je tien keer je neus voordat het goed is."
Het neerslagtekort lijkt dit jaar het vorige record uit 2018 te gaan overtreffen:


